1 november 2010

Gebaksschoteltjes straks naast sigarettenbekers

En op deze column steek ik vanavond nog een overtreffelijk sigaar (Justus Van Mourik) op!


22-10-2010 21:10 | Jan van Klinken

Op het gevaar af dat u denkt: daar heb je Jan Suiker weer, wil ik u graag even mee terugnemen naar het voorpaginabericht van vorige week vrijdag met als kop ”Fructose versnelt kankerproces”. Maar voordat ik dat doe, eerst iets anders.

Lenze Meinsma vonden velen indertijd een tamelijk onsympathieke man. Hij had een heel streng gezicht en liep altijd over roken te zeuren. Ach, iedereen wist in de jaren zeventig en tachtig wel dat roken slecht was voor je, maar alles met mate en die paar peuken op een dag, dat kon toch nooit zo heel slecht zijn want opa had zijn hele leven als een schoorsteen gerookt en was toch maar mooi 90 geworden.

Op verjaardagen kwamen er bekertjes met 
sigaretten op tafel en op de redactielokalen 
waar ik mijn journalistieke loopbaan begon, 
was de rook om te snijden. Toen ik ruim 25
jaar geleden na een verhuizing met mijn 
nieuwe huisarts kennismaakte, was het eerste dat hij mij aanbood een sigaret. Samen zaten 
we in de spreekkamer gezellig te paffen.

Minder gezellig waren de gevolgen. Je hoorde links en recht van notoire rokers die longkanker hadden gekregen en dat zette velen aan het denken. Die Meinsma van de antirookcampagne had misschien toch wel een beetje gelijk. Collega’s besloten te stoppen, bij mensen op bezoek vroeg je voortaan netjes of er gerookt mocht worden en dat stuitte steeds vaker op bezwaren, de bekertjes met sigaretten op verjaardagen verdwenen en langzaam maar zeker werd roken omstreden. Ik prijs de dag dat ik er zelf ook een punt achter zette, zodat ik nooit meer met teerresten in de mond wakker word.

Alleen de cafés leveren nog een achterhoedegevecht omdat er rokers zijn die het niet laten kunnen. Afgezien daarvan kun je zeggen dat Meinsma succes heeft gehad, ook al mag hij dat zelf niet meer meemaken. Het zal altijd gissen blijven hoevelen er menselijkerwijs dankzij hem langer leven, maar volgens statistische berekeningen zijn het er veel. Heel veel.

De door Meinsma in gang gezette actie heeft intussen wel een halve eeuw nodig gehad. Zo lang duurt het om ingesleten gedrag dat in brede lagen van de bevolking voorkomt, te veranderen. Over trage massa gesproken. En dan te bedenken dat al sinds jaar en dag in koeienletters op pakjes sigaretten staat aangegeven wat de gevolgen zijn.

U snapt de link al met fructose. Daar is nieuws over dat vraagt om een vergelijkbaar vervolg. Zoals deze krant berichtte, is aangetoond dat fructose kankercellen sneller laat delen. Het onderzoek dat hiernaar werd verricht aan de universiteit van Californië, werd gepubliceerd in het blad Cancer Research.

Alvleesklierkankercellen werden blootgesteld aan zowel glucose als fructose. De cellen bleken te groeien op glucose en gebruikten fructose om zich te delen. En dan te bedenken dat fructose/glucosestroop in vrijwel alle industrieel bereide levensmiddelen zit. Jams, frisdranken, koekjes, brood. Je kunt het zo gek niet bedenken.

Een wetenschapper van naam die fructose/glucosestroop al eerder onder verdenking plaatste, is Daniel Servan Schreiber. Hij is hoogleraar in de psychiatrie en nadat bij hem tot twee keer toe een tumor was vastgesteld, las hij alles wat er in wetenschappelijke kring bekend is over de relatie tussen voeding en kanker. Het begon hem al spoedig te duizelen, want het was angstaanjagend veel. Het gekste vond hij nog dat veel kankerexperts hiervan volslagen onkundig zijn. Toen hij aan zijn oncoloog vroeg of hij een speciaal dieet moest volgen vanwege de tumor en de zware behandelingen, zei de man: „Nee hoor, u mag alles eten.”

Servan Schreiber schrijft hierover in zijn boek ”Antikanker”, waarvan de Nederlandse versie is uitgegeven door uitgeverij Kosmos. Hij haalt genadeloos uit naar fructose/glucosestroop en vergelijkt het met gif. De explosieve toename van kanker zou volgens hem wel eens goed met de massale consumptie van dit goedje kunnen samenhangen.

Schreiber kreeg de wind van voren, evenals de aanhangers van de Moermantherapie en andere niet-toxische behandelwijzen. Laatstgenoemden beweren al veel langer dat suiker en frutose/glucose een slechte invloed hebben op kankercellen. En misschien waren de aanwijzingen nog niet tot achter de komma doorgerekend. Zou best kunnen. Maar goed, er is nu de publicatie in Cancer Research, al moet daarbij wel worden aangetekend dat kankercellen intelligent genoeg zijn om ook zonder fructose/glucose aan brandstof te komen.

De grote man achter het Amerikaanse onderzoek, dr. Anthony Heaney, pleit in het blad Cancer Research voor een campagne tegen de consumptie van fructose, net als bij roken. Vandaar mijn uitstapje naar Meinsma. Heany voorziet –terecht– dat er een heel lange weg te gaan is. Net als bij roken gaat het om gedragsverandering op grote schaal. Niet één mammoettanker moet van koers veranderen maar een hele vloot.

Toch kan het niet anders of er komt een dag dat de gebaksschoteltjes op verjaardagen in de kast zullen blijven en dat er op de verpakking van allerhande levensmiddelen in chocoladeletters staat aangegeven: ”Dit product bevat fructose/glucose en is schadelijk voor de gezondheid”.

IKON en de héél zware moslims

Voor we het vergeten: weer eens een paar columns van Jan van Klinken.

16-10-2010 08:33 | Jan van Klinken

Zelden heeft een filmmaker zich zo geblameerd als Emile van Rouveroy van Nieuwaal. Zoals bekend is hij de man achter de documentaire ”Rijssens stille oorlog”, die gaat over de vermeende spanningen tussen het autochtone orthodox-protestantse bevolkingsdeel in Rijssen en de groeiende groep moslims.

Dagblad Trouw drukte op 24 september een in-terview af waarin Van Rouveroy zich op een even veelzeggende als onthutsende wijze in de kaart laat kijken. Dat is mede te danken aan interviewer Gerrit-Jan KleinJan, die zelf afkomstig is uit Rijssen en de filmmaker voorhoudt dat hij een vertekend beeld heeft en geeft van de reformatorische gezindte in zijn woonplaats. De mensen die Van Rouveroy aan het woord laat, zijn volgens KleinJan helemaal niet representatief.

De Rouveroy zegt dat geen enkel probleem te vinden. „Ik zoek extremen op. Niet voor niets, die zijn voor mij als filmer het interessantst.” Vervolgens verklaart hij dat zijn film helemaal niet over Rijssen gaat maar slechts in Rijssen speelt.

Het wordt nog gekker als hij daarna opbiecht er een antireligieuze agenda op na te houden. Want, zegt hij, „ik wil onder meer laten zien dat de reformatorische hoek volgens mij zo in elkaar zit dat de theologie een barrière wordt in persoonlijke contacten met mensen die anders denken.”

Dat hij mensen beschadigt door te suggereren dat in plaatsen als Rijssen alleen intolerante bevindelijke gereformeerden wonen, vindt hij geen probleem. „Je moet wel mensen aantrekken om te komen kijken”, reageert hij laconiek.

Vervolgens komt de aap uit de mouw als de interviewer vraagt hoe de filmmaker religie eigenlijk ziet. „Ik heb”, zegt De Rouveroy, „een heel linkse achtergrond, ik kom als wetenschapper uit de neomarxistische hoek.”

Aha, De Rouveroy is aanhanger van Karl Marx, de bekende ideoloog die godsdienst opium van het volk vond. Dat verklaart veel, zo niet alles.



Nu heeft De Rouveroy natuurlijk het volste recht een film te maken waarin hij de werkelijkheid perst in het keurslijf dat hem past. In tegenstelling tot landen waar de ideeën van Marx in de praktijk werden en worden gebracht, hebben we in dit land vrijheid van meningsuiting. Die geldt ook voor hem.

Wat ik alleen zo onbegrijpelijk vind, is dat een van onze omroepen het gemankeerde geesteskindje van De Rouveroy op de buis wil brengen. En dan nog wel de IKON, een omroep die uitgaat van een achttal kerken waaronder de Protestantse Kerk. Komende week zal die ”Rijssens stille oorlog” uitzenden.

Margje de Koning, hoofdredacteur bij de IKON, verdedigde in Trouw de uitzending met als argument dat De Rouveroy stelling neemt. „Om die reden is het een waardevolle film.”

Of de geportretteerde personen in de film een gemeenschap representeren, is volgens De Koning ondergeschikt. „Dat vind ik niet zo belangrijk. Ik ken Rijssen niet. En ik ken de groep orthodoxe protestanten ook te weinig om te kunnen beoordelen of de film representatief is.”

Hoewel De Koning de biblebelt niet uit eigen ervaring kent, weet ze toch te melden „dat de héél zware gelovigen een normen- en waardepatroon hebben waar anderen niet in passen.” De Koning: „Dat laat de film zien.”

Op de vraag van Trouw of objectiviteit en evenwicht niet belangrijk zijn voor de documentaires die de interkerkelijke omroep uitzendt, zegt ze: „Objectiviteit? Die bestaat niet. De wetten van het drama vragen nu eenmaal dat antagonisten (mensen met een tegengestelde mening, JvK) tegenover elkaar worden gezet. Deze filmmaker zet de zaken op scherp. Dat is zijn goed recht. Het is vrijheid van de maker om dit beeld in de film neer te zetten.”

Tot zo ver De Koning.

Het is wel grappig haar verdediging toe te passen op de film ”Fitna” van PVV-leider Wilders. Dan krijg je het volgende:

Margje de Koning vindt ”Fitna” een waardevolle film omdat Wilders stelling neemt. Of de geportretteerde personen in de film een gemeenschap representeren, is volgens De Koning ondergeschikt. „Dat vind ik niet zo belangrijk. Ik ken de achterstandwijken in ons land niet. En ik ken de groep orthodoxe moslims ook te weinig om te kunnen beoordelen of de film representatief is.”

Hoewel De Koning de moslimwereld niet uit eigen ervaring kent, weet ze toch te melden „dat de héél zware moslims een normen- en waardepatroon hebben waar anderen niet in passen.” De Koning: „Dat laat de film zien.”

Op de vraag van Trouw of objectiviteit en evenwicht niet belangrijk zijn voor de documentaires die de interkerkelijke omroep uitzendt, zegt ze: „Objectiviteit? Die bestaat niet. De wetten van het drama vragen nu eenmaal dat antagonisten (mensen met een tegengestelde mening, JvK) tegenover elkaar worden gezet. Wilders zet de zaken op scherp. Dat is zijn goed recht. Het is vrijheid van de maker om dit beeld in de film neer te zetten.”

Gelooft u het dat mevrouw De Koning zo’n tekst uit haar mond krijgt? Ik niet. Ik wens de omroep natuurlijk geen oorlog toe, ook geen stille, maar ik zou het wel toejuichen als de kerken waarvan de IKON uitgaat, mevrouw De Koning en de haren beter bij de les hielden.

4 oktober 2010

Over CDA lidmaatschap enzo.

Het schijnt in Reformatorische kring nogal politiek nieuws te zijn als je als SGP-lid voor een zaaltje vertelt dat je óók van het CDA lid bent.
Mijn opmerking daaromtrent op een SGP-avond te Gouda, waar ik sprak over "Christelijk Conservatisme én de SGP", was voor het Reformatorisch Dagblad het belangrijkste nieuws van die avond.

In ParlementVaria van 27 september werd er melding van gemaakt. Feitelijk was het bericht juist. Of er journalistiek gezien niets beters en mooiers van die avond was te vertellen over de bijdragen van profeet (volgens Refdag) Diederik van Dijk en mij laat ik aan de bezoekers over.

Zo'n CDA-lidmaatschap (net als de SGP, een Algemeen Nut Beogende Instelling) doet er blijkbaar toe. Ook al kon ik -helaas- afgelopen zaterdag in Arnhem op het congres nog niet stemmen omdat ik slechts zeven weken lid ben.

Naar aanleiding van een aantal DM tweets en wat mailberichten (waarin afzonderlijk 7 SGP-ers en 1 SGP- raadslid erkenden óók CDA-lid te zijn) was ik van plan mijn motivatie toe te lichten op dit blog.

Echter, afgelopen zaterdag werd ik al vroeg uit bed gebeld door mijn zus die op deze zaterdagmorgen mijn motivatie al in het RefDag had gelezen. Niet door mijzelf verwoord, maar door de columnist Jan van Klinken. - voor de regelmatige bezoeker van dit blog zal hij niet onbekend zijn-

Daarom kom ik er makkelijk vanaf deze keer.
Hierbij weer compleet de column van Jan van Klinken.

(gelukkig zijn er ook mede-refo's die het begrijpen)


Geen reformatorisch reservaat

02-10-2010 07:03 | Jan van Klinken

Christenconservatief Wilco Boender is lid van het CDA geworden, meldde het Reformatorisch Dagblad maandag. Een op z’n minst verrassende mededeling. Hoewel hij lid van de SGP is en ook op die partij wil blijven stemmen, ziet hij het lidmaatschap van het CDA als een mogelijkheid het behoudend smaldeel binnen die partij te versterken. Het ex-Kamerlid Eddy Bilder, zelf ook orthodox-christelijk, heeft hem van het nut van toetreding tot de christendemocratische gelederen overtuigd.

Het streven om waar mogelijk invloed uit te oefenen, is de meeste reformatorische mensen tamelijk vreemd. Het is misschien wat generaliserend gezegd, maar als het anders is, heb ik er nooit zo veel van gemerkt. Het is ook niet zo gek in een milieu waarin de eigen organisaties centraal staan. Het leven speelt zich voor een belangrijk deel af binnen de zuil.

Die zuil is in de loop der decennia alleen maar verder opgetuigd. Veel kinderen die voorheen nog naar de bekende School met de Bijbel zouden zijn gegaan, bezoeken nu de reformatorische basisschool en over de veelheid aan andere eigen instellingen hoef ik het verder niet te hebben.

De waarde daarvan is groot. Daarover geen enkel misverstand. Geestverwanten uit andere landen kunnen vaak hun oren en ogen niet geloven, zeker als je er nog bij verteld dat de meeste voorzieningen door de overheid worden betaald. Maar de vraag is natuurlijk wel wat de buitenwacht nog merkt van je aanwezigheid.

Toen ik in eigen kring voor het eerst in aanraking kwam met het idee om zolang mogelijk aan boord te blijven ook al vaart het schip een minder zuivere koers, had dat betrekking op het kerkelijk leven. In mijn vroegere omgeving was hervormd synoniem met vrijzinnig of daaromtrent. Gereformeerdebonders waren er in de verre omtrek niet of nauwelijks.

Het was best wennen om met deze mensen nauwer in contact te komen. Er was op z’n minst sprake van enige argwaan. Sommigen gingen daarin heel ver. Zo zei iemand me eens: Als ze (de bonders) de zuivere waarheid waren toegedaan, zouden ze zich wel bij een afgescheiden kerk (lees: de zijne) aansluiten.

Dat was een totale miskenning van hun positie, zo was de les die ik leerde. Afscheiden kan ook de weg van de minste weerstand zijn. Want je kunt het op regionale en landelijke vergaderingen van je kerkverband ontzettend fijn hebben met elkaar, en dat misgun ik niemand, maar het is toch wel andere koek dan in een uiterst pluriform gezelschap je principes verdedigen en sympathie zien te winnen voor je standpunt.

In discussies daarover wordt wel aangevoerd dat je in zo’n situatie verantwoordelijk bent voor zaken die tegen je beginsel indruisen. En dat is zeker een aangelegen punt. Wie deel uitmaakt van een bezoedeld bestel, maakt vuile handen. Maar weglopen is ook een verantwoordelijk­
heid.

Het is vrij simpel om die lijn door te trekken naar andere terreinen. Het onderwijs bijvoorbeeld. Natuurlijk gingen onze kinderen naar reformatorische scholen. Daar was eigenlijk niet eens discussie over. Toen iemand me daarover bevroeg, kon ik zo een rijtje bezwaren opsommen van wat er mis was met de plaatselijke christelijke school. Hier te breed en daar te wijd. Zijn antwoord zal ik niet gauw vergeten. „Dat is allemaal in een stroomversnelling geraakt”, zei hij, „nadat jullie waren vertrokken.” Hij bedoelde te zeggen dat er veel veranderingen werden tegengehouden om de reformatorische mensen binnenboord te houden. Toen ze weg waren, hoefde dat niet meer.

Nu besef ik best dat er veel meer over te zeggen is. Ook zou ik niet graag willen suggereren dat er lichtvaardig is overgegaan tot het oprichten van allerlei eigen instellingen en instituten. Daarmee zou tekort worden gedaan aan de intenties van initiatiefnemers en de offers die zijn gebracht. Tegelijkertijd heb ik respect voor de mensen die het schip waarop ze zijn geplaatst, niet konden en kunnen verlaten. Dat respect is in de loop der jaren alleen maar groter geworden.

Op politiek gebied ligt het uitoefenen van invloed nog iets gemakkelijker. Moet je elders kiezen tussen het een of het ander, op het politieke erf kun je van meer dan één organisatie lid zijn. Er is niets dat Wilco Boender verhindert zich bij het CDA te laten inschrijven terwijl hij ook al lid is van de SGP.

Stel dat de kiezers van de orthodox-christelijke partijen zijn voorbeeld massaal zouden volgen, dan zou dat vergaande gevolgen kunnen hebben voor de koers van het CDA. Zelfs als ze alleen maar op vergaderingen hun inbreng zouden hebben, zou dat al van betekenis kunnen zijn. Als ze ook nog eens zouden doordringen tot commissies en besturen, kon dat wel eens heel veel verschil uitmaken.

Er zit ook een andere kant aan: waar je mee omgaat, word je mee besmet. Dat is een reëel gevaar. Maar, om bij de beeldspraak te blijven, ik geloof er niets van dat dat per definitie tot chronische aandoeningen leidt. Als dat waar was, zou de reformatorische gezindte zich uit angst voor versmelting maar het beste in een soort reservaat terug kunnen trekken. Dat zou niet best zijn. En daarom wens ik Wilco Boender als CDA-lid alle goeds toe.


DANK JE WEL JAN! (WCB)

Volgers