18 februari 2011

Marie-Rose Morel

Vreugdedans om dood van rivaal en ex-politica Marie-Rose Morel

12-02-2011 08:19 | Jan van Klinken

Marie-Rose Morel was overleden, berichtte het persbureau Belga dinsdagavond laat. Het nieuws trok in ons land nauwelijks de aandacht. Wie kende haar hier? In Vlaanderen, waar ze ooit werd uitgeroepen tot de schoonste van het land, was dat wel anders. Daar had de mededeling de kracht van een schokgolf.

De Belgische ex-politica had maandag in haar column in Het Laatste Nieuws nog gerapporteerd dat het juist beter met haar ging. Er was weer hoop na weken van dikke duisternis. Een dag later bleek een acute longontsteking haar fataal te zijn geworden.

In haar column in de grootste krant van Vlaanderen hield ze honderdduizenden lezers al maandenlang op de hoogte van het verloop van de ziekte die haar als een geniepige sluipschutter op de korrel had genomen.

In 2008 was bij haar baarmoederhalskanker vastgesteld. En dan niet bepaald in een gunstig stadium. Haar overlevingskans werd door haar artsen op zegge en schrijve 10 procent geschat. Dat is voor een 36-jarige moeder van twee kleine kinderen in normale omstandigheden een onmogelijke boodschap, maar zeker voor haar. Kort daarvoor had haar man haar namelijk laten weten dat hij het voor gezien hield en zijn leven voortaan wilde delen met zijn zestien jaar jongere nichtje.

Toch liet ze zich door dit alles niet uit het veld slaan. Ze onderging de loodzware chemokuren en bestralingen met een ongekende heldhaftigheid. Voor haar „jongskes” Alexander (6) en Marnix (4) had ze alles over. In haar dagboek beschreef ze haar gang door het gitzwarte dal. Standaard gaf het uit en het werd meteen een bestseller. Zelden had een jonge moeder haar strijd als kankerpatiënte zo indringend en zo hartverscheurend in woorden weten te verbeelden.

Het was in diezelfde periode dat ze de politiek achter zich liet. Een tijdlang had ze zich thuis gevoeld in de beweging van Filip Dewinter, maar toen ze had geprobeerd het Vlaams Belang in gematigder vaarwater te loodsen, werd ze na veel gedoe tot paria verklaard. Intussen had ze wel duidelijk gemaakt dat ze een groot politiek talent was dat zelfs Dewinter durfde te trotseren.

Na haar reguliere behandeling leek ze kankervrij te zijn, maar de ziekte sloeg voor de tweede keer toe. Dit keer zonder mededogen. In augustus van het afgelopen jaar kreeg ze te horen dat haar hele lichaam vol uitzaaiingen zat en dat ze met een beetje geluk de jaarwisseling zou halen. Ze wist vanaf dat moment wat al die lotgenoten bedoelden als ze zeiden: Mijn wereld verging.

Toch weigerde ze het vaandel te laten vallen. Ze zocht overal naar een laatste strohalm. Ze vond er verschillende, onder andere in een boekje van haar opa over de Moermantherapie. Alles waarvan ze het wetenschappelijk nut bewezen achtte, probeerde ze uit. Tijdelijk leefde ze op, maar het heeft haar uiteindelijk niet mogen baten.

Eind oktober interviewde ik haar voor een gezondheidsmagazine, omdat ze een plan had ontwikkeld dat haar Belgische lotgenoten hoop kon bieden. Ze bleek de nuchterheid zelve. Ze geloofde in haar kansen. Dat zeker. Maar ze leefde ook in het besef dat er een groot wonder nodig was om aan de dood te ontsnappen.

Later getuigde ze in haar column in Het Laatste Nieuws ervan dat ze de weg van het gebed had hervonden. Ze was goed rooms-katholiek opgevoed, had het geloof achter zich gelaten, maar ontdekte in die fase toch weer de troost van de geborgenheid bij de Almachtige.

Wat zich daarna in Vlaanderen ontspon, grenst aan het absurde. Ze bleek in haar kortstondige politieke loopbaan zo bedreigend bezig te zijn geweest voor allerlei slag volk binnen het Vlaams Belang dat haar vroegere rivalen al dansten op haar graf toen het alleen nog maar wat slechter met haar ging. De champagne werd koud gezet, lieten haar vroegere tegenstrevers via de zogenaamde sociale media zoals Twitter weten.

Dat politiek een keihard bedrijf is, wisten we met z’n allen al langer, maar dat sommige mensen elkaar in die kringen graag de dood toewensen, gaat ieder bevattingsvermogen te boven. Daar komt nog bij dat een van die sadistische twitteraars de tegenwoordige vriendin is van haar ex. Dat is dus de toekomstige moeder van haar kinderen. Een onverdraaglijke gedachte. Vandaar dat ze vorige maand in het huwelijk trad met iemand aan wie ze de zorg voor haar kinderen volledig kon toevertrouwen. Vanwege de omgangsregeling die hij kan afdwingen, blijft het contact tussen de kinderen en haar familie nu toch in stand.

Verder moest ze onlangs nog meemaken dat fanatieke moslimorganisaties, die haar minachtten vanwege haar betrokkenheid bij het Vlaams Belang, de spot met haar dreven vanwege de hoofddoek die ze droeg na haar bestralingen. Zelfs deze week, na haar dood, kon men het in die kringen niet laten haar op de hak te nemen. Haar ziekte was een straf van Allah, die haar nu had verbannen naar het oord waar ook Hitler en Stalin verblijven.
Volgens een volkse uitdrukking deponeert de boze zijn vuil altijd op hopen. Dat lijkt te kloppen. In ieder geval was er genoeg reden om deze week in verslagenheid achter te blijven.

11 februari 2011

(On)opvallend (by BJ Spruyt)

Vandaag -11 februari 2011- staat in het Nederlands Dagblad een prachtige column van Bart Jan Spruyt.


...Opdat wij allen wijzer mogen worden...



De complete tekst:


Leer en leven

Het is natuurlijk goed wanneer je je realiseert dat het leven meer is dan het voedsel en de kleding. Dat het geestelijke uiteindelijk het materiële overstijgt. Maar je kunt ook al te idealistisch in dit leven staan, en geloven dat mensen hun gedrag en levensstijl laten bepalen door hun overtuigingen. Dat het leven een afgeleide is van de leer. Dat een verandering in opvattingen tot andere standpunten en keuzes leidt, en niet, andersom, dat een verandering in het leven tot een bijstelling van opvattingen leidt. Dat discussies en debatten dus zin hebben omdat je mensen ergens van kunt overtuigen en zij deze verandering zullen omzetten in andere positiekeuzes. Het zou leuk zijn als het waar was, maar het blijkt hopeloos naïef en te goedgelovig gedacht.

Met enige regelmaat sta ik in zaaltjes te spreken voor mij sympathieke gezelschappen die zich aan het bezinnen zijn. Niet zo maar op iets, maar op de kern van hun politieke boodschap. De omstandigheden zijn veranderd, en hoe moet je je boodschap dan brengen, dat is de vraag waarover het in zulk soort sessies altijd weer gaat. Hoe leg je uit dat je voor gewetensvrijheid bent maar tegen geloofsvrijheid? Of toch wel voor geloofsvrijheid maar dan wel tegen geloofsgelijkheid? Als dat onderscheid strikt juridisch niet te rechtvaardigen valt, hoe kun je dat dan doen met behulp van gewoonterechtelijke en cultuurrechtelijke argumenten? En als je op dit punt andere keuzes maakt, hoe leg je dat dan uit aan een achterban die heel eenvoudig denkt dat er maar één norm is, het Woord van God, en dat er daarom geen ruimte is voor geloofsvrijheid en alle geloof anders dan het calvinistische moet worden geweerd en uitgeroeid?

Je kunt daar een dagdeel over praten, maar je voelt al snel aan dat alle opmerkingen iets vrijblijvends hebben. Dat er wordt gediscussieerd lijkt wel een doel op zich, alsof iemand daar opdracht toe heeft gegeven, om welke reden dan ook. Het blijkt niet de bedoeling uit de discussie conclusies te trekken. Met de bijeenkomst hebben ze weer aan hun verplichting voldaan, jegens wie dan ook, en kunnen ze weer een tijdje vooruit. Aan het einde van zo’n bijeenkomst zijn er ook altijd deelnemers die benadrukken dat er geen enkele urgentie is. Het speelt eigenlijk niet zo in Den Haag, en ach, als je hier al uit zou komen met elkaar, dan is er morgen weer iets anders. Misschien is het zo dat als je goed en eerlijk nadenkt, dat je dan je standpunten moet herzien en een andere positie moet innemen. Maar wat een gedoe zal dat geven! Het kan wel waar zijn, maar wat komt het ons slecht uit.

Inderdaad, het verhaal van de plas en alles dat bleef zoals het was.

Ondertussen ontwikkelt het leven zich verder. Er voltrekken zich grote sociale en culturele veranderingen, terwijl de leer hetzelfde blijft. De zonen en dochteren van de gezelschappen die ik in zaaltjes tref, hebben zich verenigd in een vitale jongerenbeweging die dit alles uitmuntend illustreert. Op hun jaarlijkse toogdag stond er geen harmonium op het podium maar een vleugel, en speelden een pianist en een trompettist geen Datheen maar Chopin. Dankzij de emancipatie kunnen ze dat inmiddels. Een prijs werd uitgereikt aan een politiek activiste die zich vooral inzet voor de verbreiding van laïcisme en atheïsme. En de lijsttrekker met vrouw en kinderen werd met ballonnen en vreugdegeschal in een Amerikaans zonnetje gezet. Een van hun voorlieden schreef dat deze jongeren het hellend vlak van de synodaal-gereformeerden niet zullen afglijden omdat bij hen, anders dan bij die gereformeerden vroeger, de leer niet verandert.

Alles blijft zoals het was.

Maar dat is natuurlijk niet zo. Vroeg of laat breekt het moment aan waarop de leer en het leven, dat zich onafhankelijk van die leer verder heeft ontwikkeld, zo ver uit elkaar zijn gegroeid dat de leer aan het leven moet worden aangepast. Niet dat ze dat dan zullen erkennen. Nee, die nieuwe leer is niet nieuw, maar is de leer zoals zij eigenlijk altijd was bedoeld, met wat andere accenten, hetzelfde in een veranderde context. De kern is hetzelfde gebleven. Maar dat staat dan natuurlijk nog maar te bezien.

Overtuigingen staan dus in dienst van iets anders: om een groepsgevoel in stand te houden, grenzen te trekken waarachter de groep zich kan terugtrekken en overleven. Het heeft wel wat, die cohesie, al gaat het niet zoals het hoort. De leer houdt blijkbaar geen stand tegen het leven, is de conclusie die je uiteindelijk trekt, sadder and wiser.

Wereldwijzer, en een illusie armer.

Bart Jan Spruyt

Modern Amish.

Er zijn ook vele orthodoxe christenen die zo wensen te leven.

De discrepantie tussen leer en leven....

Volgers