12 maart 2011

Bidden voor vervaarlijke opponent

De column van Jan van Klinken van vandaag

12-03-2011 08:52 | Jan van Klinken

Je ontkent het bestaan van God op de meest brute wijze, je haat alles wat naar religie zweemt tot in de haarvaten van je bestaan, je vindt het je levenstaak een verzengende strijd aan te binden met het christendom, het jodendom en de islam. En dan krijg je kanker. Slokdarmkanker nog wel. Je staat oog in oog met de dood.

Word je dan milder? Beperk je je tot de dingen die er echt toe doen in het leven? Of tuimel je misschien zelfs in een peilloos diep gat, zodat je alles uit je handen laat vallen?

Niet alzo de Amerikaanse schrijver Christopher Hitchens. Als godloochenaar is hij in de VS zowel gevierd als gevreesd. Medestanders bewieroken hem vanwege zijn gave een miljoenenpubliek aan zich te binden, zijn belangrijkste tegenstanders, christenen, verafschuwen de nietsontziende wijze waarmee hij alles wat hun dierbaar is dwaas en verachtelijk probeert te maken.

Hitchens beschouwt zichzelf niet in de eerste plaats als atheïst. Hij vindt die term ontoereikend. Want atheïsme betekent alleen maar dat je het bestaan van God ontkent. Je zou atheïst kunnen zijn en tegelijk de idee van een opperwezen dat alles heeft geschapen en alles bestuurt wel sympathiek vinden. Om iedere gedachte in die richting uit te sluiten, noemt Hitchens zichzelf een ”antitheïst”. Dat gaat dus nog een stapje verder. God bestaat niet, maar mag ook niet bestaan. Als Hij wel bestond, zou Hij almachtig zijn. Dat zou ronduit verschrikkelijk zijn want dan waren we overgeleverd aan een despoot, een tiran.

Zoals gezegd gruwen Amerikaanse christenen van deze man. Omdat hij vaak in het nieuws is vanwege zijn provocaties en zijn charisma proberen ze het nodige tegengas te geven. Er zijn zodoende al heel wat publicaties aan hem gewijd. Die zijn soms pittig getoonzet.

Maar nu hij kanker heeft, staan zijn opponenten voor een dilemma. Moeten ze doorgaan met hem te vuur en te zwaard te bestrijden? Kunnen ze aanvoeren dat zijn ziekte op zijn minst een vingerwijzing van hogerhand is? Of zullen ze juist nu voor hem in gebed gaan? En zo ja, mogen ze dan bidden om genezing, of dienen ze vooral te vragen of hij in de laatste fase van zijn leven tot inkeer komt?

Het laat zich aanzien dat de stroming die vindt dat je om zijn bekering moet bidden verreweg de overhand heeft. Het gaat boven alles om het heil van zijn ziel, om zijn toekomstige bestemming. Er is zelfs een gebedsdag voor Hitchens uitgeroepen.

Ik moet zeggen dat die oproep me wel wat deed. Volgens mij hebben onze geloofsgenoten aan de andere kant van de oceaan de Bijbel op dit punt heel goed begrepen. Christenen krijgen daarin immers mee dat iemand je wel zware slagen kunt toebrengen, maar dat dan zelfverloochening past, en niet wraakzucht.

Enkele weken geleden was ik toehoorder in het inmiddels roemruchte Conservatief Café (zie 3e foto op 3e rij van voren met bril zit Jan van Klinken aandachtig te luisteren /WCB) in Gouda, waar de gestaalde arabist Hans Jansen zijn talrijke gehoor bijbracht hoe perfide de wereld van de islam in elkaar steekt. Hij toonde overtuigend aan dat deze wereldgodsdienst leidt tot een meedogenloos systeem, in de eerste plaats voor de belijders, maar vooral voor degenen die er niets van moeten hebben en al helemaal voor hen die zich ervan afkeren. Het uitoefenen van wraak, het elimineren van tegenstanders, het neersabelen van zondaren –met de zegen van de geestelijkheid is het de taak van alle trouwe aanhangers van de islam. Dat berust niet op de visie van een op hol geslagen imam in de periferie, maar het is het hart, de kern van deze religie.
Hans Jansen, die zelf rooms-katholiek is, zette dat alles af tegen de centrale noties van het christendom. Vandaar dat ik hem en zijn bijdrage aan de avond in Gouda opvoer. Want daarmee zijn we weer terug bij de Amerikaanse christenen die bidden voor een van hun meest vervaarlijke tegenstanders. Geen fatwa’s, geen fysieke bedreigingen, geen kromzwaarden, maar gunnende liefde

Zoiets kan natuurlijk overslaan in zelfgenoegzaamheid en een gevoel van superioriteit. Wat zijn wij weer goed en wat zijn zij toch slecht. Wie die neiging voelt opkomen, verliest uit het oog dat christenen, net als joden, moslims en alle andere mensen op deze wereld, in de praktijk van alle dag het telkens weer hopeloos verprutsen. Neem de seksuele schandalen in de Rooms- Katholieke Kerk of de eindeloze ruzies en kerkscheuringen in protestantse kringen. Nee, er is weinig reden om ons boven wie dan ook verheven te voelen.

Tegelijk is er niets mis mee om te onderstrepen dat de christelijke godsdienst zich op cruciale punten onderscheidt van de islam. Dat mag Hans Jansen van mij gerust hardop doen. En als er dan mensen zijn die dat verschil op indrukwekkende wijze in de praktijk brengen –zoals die Amerikaanse christenen– is er alle reden om dat te signaleren.

Wel zou de vraag kunnen rijzen of we dan niet te soft zijn. Betekent het Amerikaanse voorbeeld wellicht een aansporing voor christenen om zich als watjes te gedragen? Moeten we soms ook niet gewoon onze vuist laten zien? Boeiende vraag, waarover een volgende keer meer.

10 maart 2011

(On)opvallend -Uit het Spoor-

Vorige week bereikte mij een zorgelijk, doch niet geheel verbazingwekkend, bericht.

De zoon van een "In het Spoorman", die voor de eerste maal de gang naar de stembus mocht maken stemde #uitovertuiging PVV. Zwaar "ontspoord" dus.

Er bestaat, voor zover u het niet weet, binnen de uiterst orthodoxe kringen der SGP een Stichting tot Bevordering van de Staatkundig Gereformeerde beginselen.
In deze stichting zijn een aantal mensen verenigd die de leuze "Na Zandt gingen alle beginselen aan de kant" zouden kunnen voeren.
Deze leus voeren ze niet maar ze zijn, zoals hun periodiek heet "In het Spoor" gebleven.
Met name het herziene vrouwenstandpunt, invoering en gebruik van het vrouwenkiesrecht, de samenwerking met de Christenunie en het niet geheel praktisch uitvoeren van artikel 36 van de Nederlandsche geloofsbelijdenis (uitroeien van valsche godsdiensten) zijn de mannenbroeders een doorn in het oog.

Sommige (bestuurs)leden van deze stichting hebben afgelopen jaren hun sympathie voor Geert Wilders niet onder stoelen of banken gestoken.

Al in 2007 zegt Drs. P. H. op ’t Hof, voorzitter van de Landelijke Stichting ter bevordering van de staatkundig gereformeerde beginselen, dat hij op veel praktische punten uit bij standpunten van Wilders: „Soms neem ik mijn petje af voor deze man.” Ook laat Op ’t Hof weten „dat alle goddeloze boeken verboden zouden moeten worden” en dat „elke zuivere mohammedaan die de sharia en de Koran serieus neemt een potentiële terrorist is.”
En op de jaarvergadering 2010 reageerde Op ’t Hof op een vraag hoe de gereformeerde gezindte invulling moet geven aan de strijd tegen de islam. Hij stelde dat „liefde voor de mohammedaan als mens” noodzakelijk is, maar dat dit gepaard moet gaan „met een volstrekte afwijzing van het mohammedanisme” voor wat betreft alle uitingen in het openbare leven. „Het is mij een raadsel waarom de SGP principieel gezien niet voor een verbod op openbare verkoop van de Koran heeft gestemd.” (RefDag)

In 2007 deed Op 't Hof in het Reformatorisch Dagblad enkele uitspraken over SGP-jongeren en liberalen. In gesprek gaan met "andersdenkenden" is not done.
citaat: Als het aan de voorzitter van de stichting ligt, nodigen de SGP-jongeren niet langer andersdenkenden uit voor debatavonden. „Laten ze zich eerst eens verdiepen in de eigen beginselen en de geschiedenis. Ik vraag me regelmatig af waar de kennis is gebleven. Daarom roep ik de SGP-jongeren ertoe op eerst zelf een fundament te bouwen, voordat ze hun oor te luisteren leggen bij liberalen of progressieven.”

Op internet is de doelstelling van de Stichting niet te vinden. Maar zou één van de doelstellingen in hun missie nu echt zijn om hun jongeren (oh nee.. alleen jongens natuurlijk) in de armen van Geert Wilders te drijven?

Dat zal toch niet waar zijn?

De jongelingen van deze club; niet in het spoor maar helaas ontspoord.


En de jongedochters mogen (nog) niet stemmen...

Verlangen naar vrijheid (..)

En Jan's column van afgelopen week.


Verlangen naar vrijheid in Egypte net zo sterk als wens „dood aan de Joden”

05-03-2011 07:18 | Jan van Klinken |

Wij mensen zijn zo beperkt dat we de grootst mogelijke moeite hebben het heden te begrijpen. Laat staan de dingen die komen gaan. Daarom kunnen we maar beter niet achter degenen aanhollen die menen met grote zekerheid iets over de nabije toekomst te kunnen zeggen.

En juist nu is die verleiding groot. Immers, wat is er gaande in het Midden-Oosten en waartoe gaat de huidige onrust leiden? Zijn al die verlichte despoten uitgeregeerd? En dient zich werkelijk een feest van uitbundige democratisering aan?

Dat zou tot vreugde moeten stemmen, maar dat gevoel wil bij mij nog niet erg loskomen. Wellicht ben ik er net iets te sceptisch voor. Of beter: zo ben ik geworden. Grootvader put uit zijn jeugd. Ooit stelde ik de toenmalige Oost-Europakenner, Martin van den Heuvel van de Universiteit van Amsterdam, in alle nederigheid de vraag hoe groot hij de kans achtte dat het communistische Oostblok als een kaartenhuis in elkaar zou storten. Van den Heuvel had zelf jarenlang in Moskou gewoond en kende het Kremlin als zijn broekzak. We leefden nog in de tijd van de Koude Oorlog en er was geen enkel zicht op enige val van welke muur dan ook. In mijn onnozelheid dacht ik dat in deze regio misschien ooit een andere wind zou gaan waaien. De mensen daar keken toch ook tv en was het dan werkelijk ondenkbaar dat het systeem aan interne vermolming ten onder zou gaan?

Het antwoord van Van de Heuvel was niet voor tweeërlei uitleg vatbaar: ten enenmale uitgesloten. Nee, wie dacht dat daar een revolutie mogelijk was, zat ernaast. Zeker, er waren veranderingen gaande. Maar het systeem zelf was in beton gegoten. Geen denken aan dat de communistische reus ooit van zijn voetstuk zou vallen.

Een paar jaar later kukelde het ganse Oost-Europese bastion ineen. Die reus van Van den Heuvel bleek lemen voeten te hebben. Het hele systeem was als een pudding in elkaar gezakt. Het ondenkbare gebeurde en in een tempo dat het iedereen duizelde.

We weten allemaal hoe de vlag er nu bij hangt. De communistische heilsstaat is veranderd in een kapitalistisch bolwerk. Voor de bevolking betekent het dat zij van de ene ellende in de andere is terechtgekomen, maar feit is dat een half werelddeel volledig van gedaante is veranderd.

Ik wil maar zeggen dat zelfs de best ingevoerde deskundigen in het duister tasten als ze in de glazen bol staren die toekomst heet. En verder lijkt me voldoende aangetoond dat alle panelen op het wereldtoneel kunnen schuiven, geen enkele uitgezonderd. Wie had 25 jaar geleden kunnen denken dat Afghanistan nog eens een trefpunt voor westerse hulpverleners zou zijn, Irak de bloedige arena van sjiieten en soennieten en grote delen van Libië verboden terrein voor de narcistische leider Gaddafi?

Alles is dus mogelijk. En niets is zeker. Nou ja, niets… We hebben het profetische woord, dat zeer vast is en dat ons nogal wat inzicht biedt in de ontwikkelingen op deze aardbol. Weliswaar is men het in reformatorische kring lang niet in alles eens over de uitleg. Maar welk eindtijdscenario men ook hanteert, Israël speelt daarin een centrale rol. Je moet de Bijbel welhaast op z’n kop lezen om niet tot de slotsom te komen dat aller ogen aan het einde van de wereldgeschiedenis gericht zullen zijn op Jeruzalem.

Als dat zo is, is er alle reden om de ontwikkelingen die zich nu in het Midden-Oosten aandienen, met argusogen te volgen. Want er is toch werkelijk een ongekend turbulente episode aangebroken. Nu het ene na het andere regime in deze regio lijkt te vallen en het volk het voor het zeggen krijgt, gaan we heel wat meemaken.

Om de gedachten te bepalen, een paar recente gebeurtenissen. Op het befaamde Tahrirplein in Caïro klonk uit duizenden kelen de roep om verlost te worden van Mubarak. Wat zwaar onderbelicht bleef, was dat ook „dood aan de Joden” werd gescandeerd. Kennelijk leeft die wens daar net zo sterk als het verlangen naar vrijheid.
Nog zoiets. Nadat Mubarak de kuierlatten had genomen, dook onmiddellijk ene Yusef al-Qaradawi van de moslimbroederschap op. Deze geestelijk leider was ooit naar Qatar verbannen vanwege zijn extreme islamitische ideeën maar hij roerde meteen de trom toen de kust veilig was. Op hetzelfde Tahrirplein eiste hij voor een juichende menigte de opheffing van „de Israëlische blokkade van de Gazastrook” en schreeuwde hij dat het volk „de revolutie nimmer meer uit handen mocht geven, dat moslims Jeruzalem moesten bevrijden.” Volgens de enkele journalist die gewoon zijn werk bleef doen en zich niet liet meeslepen in de euforie, spatte de haat uit zijn ogen en vonden de massaal toegestroomde Egyptenaren het allemaal prachtig wat deze griezel uitkraamde. Als ik even een vraag mag stellen: Hoe ziek is je geest als je na tientallen jaren verbanning mag terugkeren naar je vaderland en je niet begint met een oproep tot het tellen van de zegeningen, maar met het zaaien van haat tegen het enige normale land in de regio?

Kortom: de beer is los in het Midden-Oosten. En dat zal Israël weten. De rest is koffiedik kijken. Maar op de afloop kunnen we onmogelijk gerust zijn.

Volgers