28 april 2010

Interview over Conservatisme, SGP en Wilders

Deze week verscheen er in het Christelijk Familieblad Terdege een interview met mij over Conservatisme, de SGP en Wilders. Omdat het niet online is te lezen hierbij het gehele interview op mijn blog.

NB. In de koptekst van de papieren uitgave spreekt men over Christelijk Café. Dit betreft een fout van de redactie die helaas niet meer te rectificeren was. Natuurlijk moet dit Conservatief Café zijn.



Hoewel de organisator van Conservatief Café jaren geleden nog enige sympathie
koesterde voor Wilders, heeft hij de SGP nooit verlaten. Wel vindt Wilco Boender dat reformatorische christenen veel meer moeten samenwerken met gelijkgestemden in de samenleving. „We kunnen ons geen exclusieve opstelling meer veroorloven.”


Hij praat graag en veel over het onderwerp dat hem fascineert.

Wilco Boender (36) is al ruim tien jaar gegrepen door het christelijk conservatief gedachtegoed dat een samenwerking met behoudende leden van diverse politieke partijen voorstaat. Conservatisme is volgens hem een politieke filosofie die staat voor een cultureel fundament in de samenleving.
Als organisator van het Conservatief Café ontmoet hij niet alleen SGP’ers maar ook CDA- en de VVD-stemmers.„De meesten van de bezoekers hebben wel iets met het christelijk geloof”, geeft hij aan. „We vinden elkaar als het gaat om een pessimistische mensvisie en het afwijzen van de gedachte dat de samenleving
maakbaar is.”
De christelijk conservatieven komen ook buiten het Conservatief Café
bijeen, onder de naam Christelijk Conservatief Beraad. De naar Amerikaans
voorbeeld tea party’s genoemde bijeenkomsten volgen elkaar in een steeds sneller tempo op. Nog de avond voor ons gesprek is een groep van 18 gelijkgezinde denkers bijeen in Utrecht. „We hebben besloten een congres te houden.
Op 15 mei, over de rol van de overheid en de burger.” Boender zelf is niet bij de organisatie ervan betrokken. Bewust. „Omdat ik graag dingen organiseer, rol je van
het een in het ander. Gelukkig heb ik een vrouw die me afremt. Bovendien kom je niet geloofwaardig over als je je sterk maakt voor het gezin en ondertussen zelf altijd afwezig bent.”

Wat is christelijk conservatisme?

„Christelijke conservatieven houden vast aan de tien geboden, de wetten van het Koninkrijk. Dat is de basis,naast de deugdenethiek van de klassieke filosofen. Zonder het christelijk geloof en het besef van een christelijk fundament gaat een samenleving te gronde. Met andere conservatieven hebben we gemeen dat we niet
geloven in de maakbaarheid van de samenleving. We maken ons sterk voor een beperkte rol van de overheid. Gezinnen en organisaties hebben een sterke eigen verantwoordelijkheid.”

Wat is het belangrijkste meningsverschil met ‘gewone’ conservatieven?

„Conservatieven hebben een pessimistisch mensbeeld en gaan ervan
uit dat de mens geneigd is tot alle kwaad. Dat hebben we gemeenschappelijk.
Niet-christelijke conservatieven hebben helaas vaak een liberale houding ten opzichte
van ethische standpunten. Ze zijn bijvoorbeeld persoonlijk wel tegen abortus maar willen dat recht een ander niet ontnemen.”

In de achterban van de SGP worden de activiteiten van de christelijk
conservatieven met enig argwaan gevolgd. Hoe verklaart u dat
?


„De afgelopen weken zie ik een kentering in die argwaan ontstaan. In zijn partijrede heeft Van der Vlies toenadering gezocht. Met name zal dit ook ontstaan zijn door de christelijk conservatieve stroming bij de SGP-jongeren die veel contact met
conservatieven hebben. De meeste SGP’ers onderschrijven onze standpunten over een kleine overheid, goed onderwijs, het belang van gezin en opvoeding, integratie en emancipatie en zo kan ik nog wel even doorgaan. Sommigen hebben moeite met
het feit dat het woord gereformeerd weinig gebruikt wordt door ons. Dat is nu juist ook onze bedoeling. Zonder zelf de gereformeerde waarheid los te laten wel de katholieke breedte in de maatschappij zoeken. Wij willen de samenwerking tussen mensen bevorderen.”

Een beweging met SGP’ers, CDA’ers en een afgedwaalde VVD’er, dat is toch lastig hanteerbaar?

„Wij zijn in de eerste plaats een onafhankelijke stroming, bezorgd over de
maatschappelijke ontwikkelingen.”

Maar niet geheel kritiekloos richting de SGP...

„Wij zoeken in alle gebrokenheid die katholieke breedte. Bij het invullen
van de stemwijzer komt de SGP landelijk tot wel vier of vijf zetels. Toch
worden die niet gehaald.”

Hoe komt dat?

„Het heeft te maken met het imago van de partij. Twee aspecten vallen daarbij op. Zo kunnen veel mensen niet uit de voeten met het begrip theocratie,iets waarover binnen de partij zelf overigens al twintig jaar lang wordt gediscussieerd. Een begrip dat
overigens ook in CDA- en CU-kringen verkeerd wordt uitgelegd, met alle gevolgen van dien. Daarnaast speelt de vrouwenkwestie, daar begrijpen veel mensen echt niets van.”

Schrappen dan maar, dat artikel 36? En het verbod op vrouwen inpublieke ambten opheffen?

„De verwerpelijke uitspraak van de Hoge Raad maakt de vrouwendiscussie intern wat wrang. Alle SGP-ers moeten zich nu onvoorwaardelijk achter de partij stellen. Zelfs conservatief liberalen komen nu op voor de SGP. Zelf heb ik geen probleem met vrouwen in politieke functies. Een conservatief standpunt laat voldoende ruimte om te benadrukken dat vrouwen primair in het gezin horen.
En als de kinderen de deur uit zijn, en een vrouw wil iets doen in de politiek, dan is dat toch prima?
Artikel 36, dat belijdt dat God deze ganse wereld regeert en bestuurt, behoort tot de beginselen. Dat is een waarheid die ik van harte onderschrijf, alleen zou je die alleen als een geloofsbelijdenis moeten lezen en zou je pragmatisch moeten handelen met godsdienstvrijheid. Dat doet de SGP in de praktijk ook al. De tijd van het
verwijzen naar de gewetensvrijheid ligt achter ons. De overheid dient te faciliteren dat de kerk vrijuit haar werk kan doen. Via het uitbreidende werk van de kerk zal dan met Gods zegen de valse godsdienst vanzelf verdwijnen.”

Pragmatisch handelen, dat past toch niet bij de SGP?

„Je zou het werk van de Tweede Kamerleden Van der Vlies en Van der Staaij eens nauwlettend moeten volgen. Velen in de achterban denken nog dat zij vele malen per week getuigen of prediken. Niets is minder waar, ze zijn heel praktisch bezig. In
zijn laatste algemene beschouwingen verwijst Van der Vlies bijvoorbeeld naar een conservatief denker als Ad Verbrugge en niet naar een uitspraak van een dominee. Maar hoe groot is de groep die de algemene beschouwingen compleet doorleest of beluistert?”


De islam is belangrijk in de discussie over onze cultuur en wortels. Wat is jullie standpunt?

„Als wij zeggen dat de christelijke cultuur het fundament onder onze samenleving is, betekent dat vanzelf dat er weinig ruimte voor de islam is. Echter binnen de kaders van de godsdienstvrijheid moet je de islam niet willen verbieden. Wel kun je met een verwijzing naar de christelijke ‘Leitkultur’ expliciete culturele en religieuze uitingen van de islam ontmoedigen. Denk bijvoorbeeld aan de fantastische minarettenmotie van Van der Staaij. Helaas heeft het CDA het religieuze gelijkheidsdenken ook breed geaccepteerd. Dat is één van de redenen waarom ik vind dat je als christelijk conservatief, in ieder geval op dit moment, in je politieke keuze bij de SGP uitkomt. Bij deze partij staat niet de religiegelijkheid, maar de christelijke traditie voorop.”

Toch vindt u de SGP vrij zacht in het islamdebat, eigenlijk te soft. Waarom?

„We mogen best zeggen dat het christelijk geloof leidend moet zijn en dat we geen samenwerking met de islam willen aangaan. Er wordt soms opgekomen voor de moslims
vanuit lijfsbehoud van de refo-cultuur. Dan doen we zelf ook mee aan het religieuze gelijkheidsdenken. We hoeven echt niet voor de moslims op te komen met het idee dat we dan voorkomen dat een volgende keer het christelijk geloof aan de beurt zou
zijn. Wel moeten we natuurlijk in gesprek blijven en via de kerken aan moslims het evangelie verkondigen.”

Is de islam gevaarlijk?

„Als je je een beetje in de islam verdiept, merk je al spoedig dat die ideologie zo strijdvaardig is en zo ver verwijderd is van de christelijke cultuur,dat samenwerking onmogelijk is. Ik zou niet weten waarom je hun ideologie niet vals mag noemen. Al moet je beseffen wanneer en op welke plek je dat doet. Natuurlijk moet
je het wel als een gegeven zien dat er hier een miljoen moslims wonen. We leven in een rechtsstaat. We mogen hen niet uitsluiten of wegpesten.”

Dat stevige standpunt heeft Wilders toch ook? Bovendien zegt hij de hoeder van het joods-christelijkegedachtegoed te zijn. Wat is er dan op hem tegen?

„Ik ben een keer bij een bijeenkomst met Geert Wilders geweest en heb hem toen gevraagd naar zijn visie op onze joods-christelijke wortels - hij noemt overigens ook de humanistische - en zijn inspiratiebronnen. Op de eerste vraag kreeg ik als antwoord dat tolerantie het belangrijkste kenmerk was, de tweede vraag werd genegeerd. Hij is een echte libertijn, op alle punten. Hij wil meer ontzag voor
agenten, maar ze mogen van hem ook meedoen aan de Gay Pride. Dat strookt toch niet met elkaar? Daarnaast is zijn vocabulaire van dermate laag niveau, dat zijn boodschap leeg en platvloers overkomt.”

Die botsende meningen over ethische punten, is dat niet fnuikend voor een brede conservatieve beweging?

„Dat kan een punt zijn, ja. Al moet je je afvragen of het in het politieke debat hier nog vaak om gaat. Ik denk dat er bij de Burkestichting in de beginjaren te veel is gekeken naar de Republikeinen in Amerika. Daar zie je orthodoxe christenen en nietchristenen goed samenwerken. Die situatie gaat in Nederland niet op. Gewone conservatieven hebben in Nederland vaak niets met het geloof,of zijn zelfs antireligieus, en christenen in Nederland zijn vaak links. De samenwerking blijkt veel losser te zijn dan gedacht.”

Ontmoet u veel sympathie voor Wilders in de achterban van de christelijke
partijen?


„Nee, niet veel. Al zal een deel van de Wilderskiezers uit deze partijen afkomstig zijn. Bij de SGP hakenjongeren af. Gestudeerden belanden vaak in CDJA-kringen. Een andere groep denkt veel minder na, leeft oppervlakkiger en koestert zeker sympathie voor Wilders. Bij het CDA zie je ook een verschuiving. Ik denk dat veel CDA’ers die een krachtiger islamgeluid voorstaan op de PVV stemmen, omdat ze de SGP te gereformeerd vinden. Terwijl ze inhoudelijk zo bij de SGP zouden kunnen aansluiten.”

Wat adviseert u de SGP?

„Zich erop te bezinnen of ze de belangen van het reformatorisch volksdeel wil verdedigen of dat ze een boodschap heeft die ook mensen van buiten de achterban kan aanspreken, zelfs orthodoxe roomsen. Ik vraag me af of de partij door de jaren
heen niet te veel theologie heeft binnengehaald. Ze kunnen beter meer pragmatisch bezig zijn en zich inzetten voor electorale winst uit het conservatieve volksdeel der natie. Dat gebeurt nu niet altijd, maar dan moet je volgens mij niet de politiek
ingaan. Politiek is ook gewoon business, in tegenstelling tot de kerk. Dit hoeft overigens niet ten koste te gaan van een persoonlijke getuigenis of belijdenis.”

Kan de christelijk conservatieve beweging ooit uitmonden in een eigen partij?

„Van ons hoeft er geen partij bij te komen. Maar ik acht het niet uitgesloten dat de libertijnen de komende jaren de macht grijpen en de laatste restjes van onze Christelijke cultuur zullen wegvagen. We vergeten wel eens dat het CDA ondanks alles in de voorbije decennia vaak een remmende factor is geweest. Je hebt dat gezien in de periode onder paars. Als het CDA niet vrijwel onafgebroken in de regering had gezeten, wat was er dan gebeurd? Misschien komt er in de toekomst wel een gezamenlijke beweging en worden we door de trieste vaderlandse omstandigheden
naar elkaar toe geslagen.”

Wilco Boender (36) is al enkele jaren actief als weblogger. Op het internet mengt hij zich in debatten over conservatisme en christendom. Boender was een tijdlang voorzitter van de SGP-jongeren in Gouda en is nu voorzitter van de Stichting Conservatief Café, dat sprekers uit de breedte van de conservatieve beweging uitnodigt. Met enkele gelijkgezinden richtte Boender enige tijd geleden ook het Christelijk Conservatief Beraad op.

Stem ook op de website van Terdege op de stelling:Wilco Boender wil geen verbod maar wel ontmoediging van de islam. Wilt u dat ook?

24 april 2010

11 mei Conservatief Café : Arend Jan Boekestijn

Op 11 mei aanstaande komt oud-VVD-Kamerlid en buitenlandcolumnist voor Elsevier Arend Jan Boekestijn een lezing geven in ons Conservatief Café.

Onlangs heeft Boekestijn een boek uitgebracht over de zin en onzin van ontwikkelingshulp: "De prijs van een slecht geweten: waarom hulp in haar huidige vorm niet werkt".

Op 29 januari jl. had ik het aangenaam genoegen om persoonlijk met Arend Jan kennis te maken. Ik kan u verzekeren dat Arend Jan, naast een boeiende spreker, een zeer sympathiek man is die op bevlogen wijze zijn visie ten gehore brengt. Kortom, een man om na afloop van zijn lezing het glas mee te heffen, of u het nu met hem eens bent of niet.



Van ons krijgt u op de avond koffie en thee. Bovendien krijgt u muntjes voor twee drankjes, en ook nog een paar lekkere borrelhapjes.

Locatie: De Zalm te Gouda.
De toegangsprijs is negen euro per avond, te voldoen bij de ingang.
Voor (student)donateurs en goldmembers is de toegang gratis.

Aanmelden is verplicht en kan zoals altijd via het formulier op www.conservatiefcafe.nl.

Locatie: De Zalm te Gouda.
Aanvang: 19:30, na 20:00 begint het programma.

Graaien en genieten, hoe dan ook

De column van Jan van Klinken van vandaag.
-Terzijde: Deze week bij mij thuis prettig persoonlijk kennis gemaakt met Jan van Klinken-wcb-


23-04-2010 15:31 | tekst Jan van Klinken

Je vrouw wordt invalide maar de verzekeraar doet moeilijk en weigert over de brug te komen. Je dient een claim in bij de rechtbank, je eis wordt ingewilligd en je wacht tot er wordt uitbetaald. Maar dat gebeurt niet.

Je meldt je op het kantoor van de verzekeringsmaatschappij, de Ohra, met de vraag wat het probleem is en je krijgt van de bedrijfsjurist te horen dat de tegenpartij in hoger beroep gaat. Hij weet op voorhand al wat de uitslag is. En inderdaad, de verzekeraar wordt door het hof in het gelijk gesteld.

Je legt je niet neer bij de uitslag. Je doet wat speurwerk en stelt vast dat de meervoudige kamer van het hof wel heel curieus is samengesteld. De vicepresident blijkt lid te zijn van de arbitragecommissie van Ohra; een andere raadsheer is een oud-collega van de Ohrahuisadvocaat en de advocaat die voor Ohra optrad, is plaatsvervangend raadsheer bij het hof. Die stond dus voor de eigen collega’s te pleiten.

Het overkwam ene Henk Rem ruim vijftien jaar geleden en hij was zo geschokt dat hij samen met anderen besloot te onderzoeken of er meer van dit soort dwarsverbanden te vinden waren. Wat het geval was. Het leidde tot het rapport Integriteit Rechterlijke Macht (IRM). Er viel in te lezen dat rechters allerlei bijbaantjes hadden en dat daarop niet werd gelet bij het toewijzen van zaken. Zo kon het gebeuren dat magistraten, die onafhankelijk heetten te zijn, vlees van het eigen huis zaten te keuren.

Schrijnend was het voorbeeld van een ex-Kamerlid die commissaris was bij een grote onderneming die verwikkeld was geweest in een rechtszaak. Henk Rem en de zijnen ontdekten dat het ex-Kamerlid familie had bij het hof van Amsterdam dat uitspraak had gedaan in de zaak.

De toenmalige minister van Justitie Sorgdrager zag in het rapport aanleiding om onmiddellijk de nevenfuncties van rechters openbaar te maken. Tegenwoordig is die lijst ook via internet te raadplegen (namenlijst.rechtspraak.nl).

De onthullingen van Rem kwamen me in gedachten toen ik las over de zaak-Koos H. Deze drievoudige kindermoordenaar zit al twintig jaar in een tbs-kliniek en het ziet ernaar uit dat hij daar de rest van zijn leven moet blijven. De man is onverbeterlijk.

Indertijd volgde ik als verslaggever zijn berechting. Boven in zijn huis had hij een geluiddichte kamer waar hij zijn slachtoffers eerst martelde voordat hij ze om het leven bracht. Zelfs doorgewinterde rechtbankverslaggevers kregen er kippenvel van. Hoe kon iemand zo sadistisch zijn?

Verslaggever Peter de Vries wist gedaan te krijgen dat Koos H. in de tbs-kliniek zijn verhaal deed tegenover een oude jeugdvriend. Op verzoek van De Vries droeg de man stiekem opnameapparatuur bij zich. Over het uitzenden van de opnames ontstond de afgelopen weken een juridisch steekspel.

De Vries zond toch uit en zo kwam aan het licht dat Koos H. vaak kinderporno aan de voormalige vicepresident van de rechtbank in Den Haag had geleverd. Ook had hij twaalf jaar lang een homoseksuele relatie met deze rechter gehad. In ruil voor de seksuele diensten, die in de Haagse woning van de rechter werden verleend, zorgde de rechter ervoor dat Koos H. werd vrijgesproken van een gewapende overval.

Twee jaar later pleegde deze zijn eerste kindermoord. De magistraat diende zelfs een gratieverzoek voor hem in, dat gelukkig werd afgewezen.

Na zijn veroordeling kreeg Koos. H. naar eigen zeggen bezoek in zijn cel van een advocaat-generaal en twee agenten van de toenmalige Binnenlandse Veiligheidsdienst (BVD). Koos H. zegt onder druk te zijn gezet om de zaak in de doofpot te houden.

Rechters dienen onkreukbaar te zijn, net als notarissen. Toch lijkt het alsof ze steeds vaker in opspraak zijn. Begin jaren 80 kwam uit dat een Amsterdamse notaris samenwerkte met speculanten en de boel op grote schaal had opgelicht. Dat veroorzaakte toen grote deining. Een notaris die niet zuiver op de graat was, dat was ongehoord. De laatste tien jaar worden er aan de lopende band notarissen geschorst wegens dubieuze praktijken. Maar veel ophef veroorzaken die uitspraken niet meer. We zijn eraan gewend geraakt. Hetzelfde geldt, zij het in mindere mate, voor maatregelen tegen rechters.

Nu ben ik niet van de school die geen enkele functionaris meer vertrouwt, die suggereert dat alle rechters en officieren van justitie bij voorbaat verdacht zijn, politici allemaal doortrapte zakkenvullers zijn en ambtenaren per definitie de eigen belangen dienen. Dat valt reuze mee, zeker als we dat vergelijken met andere landen. Dan hoef je nog niet eens zo ver buiten de grenzen te gaan.

Maar dat er iets aan de hand is, valt moeilijk te loochenen. Sinds de samenleving in de jaren 60 van de vorige eeuw van haar ankers is geraakt, heerst een graai- en genotcultuur. Dat graaien en genieten gaat desnoods ten koste van anderen en (dus) van de eigen integriteit. Geen enkele categorie of beroepsgroep lijkt eraan te ontsnappen. Niet die van bankdirecteuren en notarissen noch die van priesters en leden van de rechterlijke macht. Het is een ziekte die epidemische vormen heeft aangenomen.

Volgers