5 september 2009

In actie voor vriendje Ramadan

Jan van Klinken vandaag:

De organisatie van het gezinscongres dat enkele weken geleden in Amsterdam plaatshad, mag D66 wel een bos bloemen sturen vanwege de bijdrage aan het welslagen van de bijeenkomst. De Democraten maakten zich publiekelijk zorgen over de toespraak van minister Rouvoet op dit congres en prompt rukte de vaderlandse pers uit in de hoop dat de komkommermaanden konden worden opgevrolijkt door een heuse rel.

Achteraf bleek de verontrusting van D66 helemaal nergens over te gaan maar intussen stond het congres in het middelpunt van de belangstelling. Dat zou de organisatie zelf met een kruiwagen aan persberichten nog niet voor elkaar hebben gekregen. Soms moet je het van je vijanden hebben. Wat wel blijft hangen, is de gretigheid waarmee het journaille zich op de congresdeelnemers stortte. Waren die inderdaad tegen het homohuwelijk, hadden sommigen abortus met moord vergeleken en had een van de sprekers ooit iets ergs over aids gezegd? En kon een minister van een modern land als het onze het dan wel maken om daar de openingsspeech te verzorgen? Allemaal vragen waar een luchtje van onverdraagzaamheid omheen hing. Hoewel de actie van D66 tegen het optreden van Rouvoet bij voorbaat kansloos was, werd er toch weer een signaal afgegeven: Let op, wie niet is zoals wij verlichte vrijdenkers, loopt het risico op de mestkar te worden rondgereden. Dat is het spoor wat deze storm in een glas water achterliet. Die bos bloemen als dank aan D66 blijft zeker op zijn plaats maar vanwege de aangerichte schade in gedekte kleuren, zou ik zeggen.

Waarom ik op de pseudorel rond het gezinscongres terugkom, is dat ik in de discussie de inbreng van wetenschappers heb gemist. Waarom geen vlammend protest tegen de dreigende inperking van de vrijheid van meningsuiting?

Een aantal wetenschappers van de Universiteit van Amsterdam (UvA) nam begin deze week wél de moeite om het op te nemen voor de omstreden islamoloog Tariq Ramadan. Zij deden dat in navolging van collega’s van de Rotterdamse Erasmus Universiteit. Voor hen was de vrijheid van meningsuiting in dit geval wel dierbaar genoeg om in de pen te klimmen.

Zoals bekend is Ramadan door het gemeentebestuur in de Maasstad aan de dijk gezet vanwege zijn betaalde baan bij een Iraanse tv-zender. De islamoloog was ingehuurd om bruggen tussen bevolkingsgroepen te bouwen maar de Rotterdamse bestuurders zagen uiteindelijk in dat je dat beter niet kunt laten doen door iemand die graag in troebel water vist.

Behalve de vroede vaderen aan de Coolsingel vermande ook het college van bestuur van de Erasmus Universiteit zich. Ramadan was daar gasthoogleraar burgerschap en identiteit. Inderdaad: was. De Erasmus besloot naar aanleiding van zijn betaalde activiteiten voor het regime in Teheran hem van de loonlijst te verwijderen.

Medewerkers van de universiteit, onder wie diverse hoogleraren, reageerden „geschokt.” Het besluit was volgens hen in strijd met de academische vrijheid. De universiteit had met Ramadan in discussie moeten gaan. „Zo hoort dat in een intellectuele gemeenschap als een universiteit”, zo werd het protest gemotiveerd.

Een stel collega’s van de UvA ging nog een stapje verder. In de Volkskrant van afgelopen maandag stelden zij voor dat de UvA Ramadan diende te rehabiliteren door hem binnen te halen als gasthoogleraar. Binnen de universitaire wereld moet een grote mate van vrijheid zijn om controversiële standpunten te verkondigen, zo betoogden zij. Door Ramadan aan te stellen als hoogleraar zou de UvA meteen duidelijk kunnen maken dat zij niet meedoet aan „de hetze tegen moslims.”

De publicatie in de Volkskrant was ondertekend door een viertal UvA-wetenschappers. Drie van hen wil ik er even uitlichten. Dat zijn Annelies Moors, Paul Aarts en Ruud Peters. Moors is hoogleraar islam, Aarts hoofddocent internationale betrekkingen en Peters hoogleraar Arabisch. Hen hoorden we niet over controversiële standpunten en grote mate van vrijheden toen Rouvoet in diskrediet werd gebracht vanwege zijn toespraak tot het gezinscongres. Nu het Tariq Ramadan betreft zijn ze er als de kippen bij.

Wie de achtergrond van deze dame en heren kent, zal zich daarover niet zo gauw verbazen. Alle drie zijn ze nauw betrokken bij het Palestijns activisme. Alle drie hebben of hadden ze banden met het Nederlands Palestina Komitee, u weet wel, de organisatie die demonstraties organiseert waarop allochtone jongeren ”Hamas, Hamas, Joden aan het gas” roepen. Aarts is verder bestuurslid van het Nederlands Instituut Palestina/Israël (NIPI), een indrukwekkende naam voor een ordinaire actiegroep die vindt dat er (nog) meer kritiek op Israël geleverd moet worden.

U snapt nu waarom zij zich druk maken om de vrijheid van meningsuiting op het moment dat een maatje wordt afgeserveerd. Dan komt dat zo in hun kraam te pas. Deze mensen noemen zich wetenschapper maar ze hebben tegelijk een activistische agenda. Vandaar dat zij zich nu opeens roeren.

Ze zijn niet de enigen aan de Universiteit van Amsterdam die van de academie een verdacht nest maken. De goegemeente merkt daar niet zo veel van maar zo af en toe dringt de vieze walm naar buiten, zoals twee jaar geleden, toen binnen de UvA een debat werd georganiseerd over Wilders als gevaarlijk racist. Begin dit jaar kreeg die bijeenkomst een vervolg in de vorm van een lezing over Gaza van een verkapte terrorist van Hizb ut-Tahrir, een organisatie die helaas nog steeds niet verboden is in Nederland. Op de uitnodiging was aangegeven dat mannen en vrouwen gescheiden dienden plaats te nemen. Nadat de PVV in de Tweede Kamer de vraag aan de orde had gesteld of universiteiten zijn bedoeld om een podium te bieden aan antidemocratische sektes, blies de UvA het Hamasfeestje ijlings af.

En dan nu vriendje Ramadan proberen binnen te halen. Vergelijk dat eens met een toespraakje van een minister op een gezinscongres. Niet de agenda van Rouvoet maar die van de UvA moet tegen het licht worden gehouden, zeker die van activisten die de gedaante van wetenschappers aannemen.

04-09-2009 18:23 | Jan van Klinken

3 september 2009

Ga maar rustig slapen, kapitein Klink zorgt voor u

Ook na de vakantieperiode gaan we weer door met de columns van Jan van Klinken

De pandemie die maar geen pandemie wil worden, schreef onlangs een cynische columnist in een verpleegkundig tijdschrift. En inderdaad, beleidsmakers moeten er onderhand een beetje de ziekte in hebben.

De pandemie die maar geen pandemie wil worden, schreef onlangs een cynische columnist in een verpleegkundig tijdschrift. En inderdaad, beleidsmakers moeten er onderhand een beetje de ziekte in hebben. Maanden hebben ze ons voorbereid op een verschrikkelijk griepvirus en sindsdien volgt het ene na het andere bericht dat het allemaal wel meevalt.


Wil dat zeggen dat er hoegenaamd niets aan de hand is? Die conclusie lijkt wat voorbarig. De verantwoordelijke ziekmaker is een virus en dan weet je het nooit. Virussen kunnen geleidelijk van gedaante veranderen en agressiever worden. In dit geval is het virus ook nog eens gemakkelijk overdraagbaar. Zo kun je je tegen besmetting niet afdoende beschermen. De mondkapjes waarmee met name Aziaten zich uitdossen, creëren hooguit schijnveiligheid. Ze zijn te vergelijken met kippengaas dat een watervloed moet keren.

Dat virologen alarm sloegen na de uitbraak van deze nieuwe griep, valt dan ook goed te verklaren. In het land waar de ziekte het eerst toesloeg, Mexico, eiste de griep al in de eerste fase enkele tientallen slachtoffers. Het ging niet alleen om mensen die er al slecht aan toe waren maar ook om vitale twintigers en dertigers. Voeg daarbij dat het virus verwant is aan het beestje dat in de jaren twintig de Spaanse griep veroorzaakte en het lijkt alleszins logisch dat virologen de zenuwen kregen. Er was volgens hen een pandemie op handen die wereldwijd dood en verderf zou kunnen zaaien. Toestanden zoals ten tijde van de Spaanse griep waren niet uitgesloten. Die griep veroorzaakte niet alleen miljoenen doden maar ontwrichtte in de westerse wereld ook maandenlang het maatschappelijk leven.

De gezondheidsautoriteiten schrokken zich een hoedje toen ze van deze scenario’s vernamen en hesen de stormbal. Zo bestelde minister Klink van Volksgezondheid maar liefst 34 miljoen vaccins om de hele bevolking twee keer te kunnen laten inenten. Bedrijven kregen het advies om zich op het ergste voor te bereiden en er werden draaiboeken aangelegd voor het geval het hele maatschappelijke raderwerk ontregeld zou raken.

Nu het zo’n vaart niet blijkt te lopen, is het natuurlijk makkelijk om de virologen voor paniekzaaiers uit te maken. De griep heeft bij veel patiënten een mild verloop, in ieder geval niet heftiger dan een gemiddelde griep, en de verspreiding van het virus gaat ook lang niet zo snel als was voorzien.

Wat zijn dat voor amateurs, zou je je kunnen afvragen? Toch is dat iets te kort door de bocht. Zoals gezegd is het met virussen altijd heel goed uitkijken. Het blijven uiterst geniepige en onberekenbare ziekteverwekkers en daarom was het voor de virologen niet meer dan hun plicht om de uitbraak met argusogen te volgen en tijdig te waarschuwen.

Niet iedereen is het daarmee eens. Met name in de VS en Engeland zijn uiterst kritische publicaties verschenen. Beleidsmakers zouden zich op sleeptouw hebben laten nemen door de farmaceutische industrie die een buitenkansje rook. Bij hen rinkelt immers de kassa, en niet zo maar een beetje. De vaccinfabrikanten hebben alle verloven ingetrokken en zitten voorlopig op rozen.

Ik zal niet zeggen dat het allemaal onzin is wat door kritische en sceptische geesten wordt beweerd. Een van hun stellingen is dat de doodsoorzaak van de griepslachtoffers in Mexico helemaal niet vaststaat. Slechts bij een beperkt aantal zou onomstotelijk zijn aangetoond dat ze het gevreesde virus onder de leden hadden. De anderen zouden wellicht aan een ‘gewoon’ griepvirus zijn overleden.

Zou kunnen. Mexico is weliswaar geen derdewereldland maar of het registratiesysteem 100 procent betrouwbaar is, lijkt me twijfelachtig. Tegelijkertijd gaat het veel te ver om zo’n bewering klakkeloos over te nemen. Daar zou dan toch eerst grondig onderzoek aan vooraf moeten gaan.

Kortom, een verhoogde staat van waakzaamheid is vooralsnog geboden. Wie zal immers zeggen wat ons nog boven het hoofd hangt? Als de temperaturen de komende maanden gaan dalen, kan het virus alsnog uithalen. Als het dan ook nog eens een agressievere gedaante aanneemt, komen we wellicht toch nog grotelijks in de narigheid. Wie weet zullen virologen en in hun kielzog de gezondheidsautoriteiten dan nog veel lof gaan oogsten voor hun alertheid en vooruitziende blik.

Wel zou ik twee kanttekeningen willen plaatsen. Onder de bevolking is veel onrust gezaaid. Zoals altijd hebben de media daar de schuld van gekregen, maar dat is buitengewoon flauw. Zij hebben het dreigende scenario van de verschrikkelijke pandemie niet in de wereld geholpen maar de virologen, gezondheidsautoriteiten en politici. Dat is één.

Het andere ei dat in dit verband gelegd moet worden, heeft betrekking op de eigen verantwoordelijkheid van de bevolking. Toen er tijdens de laatste polio-epidemie diverse groeperingen bleken te zijn die zich om uiteenlopende redenen niet wilden laten inenten, adviseerden de gezondheidsdiensten hun om dan in ieder geval de nodige andere voorzorgsmaatregelen te treffen. Genoemd werden niet alleen het in acht nemen van hygiëne en het mijden van massabijeenkomsten, maar ook het aanpassen van de levensstijl. Met name het nemen van voldoende nachtrust werd genoemd.

Wie niet goed is uitgerust, voortdurend gestrest is of nog erger: een ongeregeld leven leidt, verzwakt zijn of haar weerstand. Dat vinden virussen erg prettig, omdat ze zich dan beter kunnen verspreiden en veel beter hun desastreuze werk kunnen doen.

Waarom horen we minister Klink en zijn secondanten daar in alle talen over zwijgen? In de folder van het ministerie die deze week huis aan huis is verspreid, is er zelfs geen letter over te vinden. Waarom niet een klemmende oproep om zo nodig de levensstijl drastisch aan te passen? Waarom niet opgeroepen om vooral gezond te eten en extra vitamines te gebruiken? Dat dat helpt, kan iedere gezondheidsdeskundige de minister vertellen. Maar geen woord erover.

En dan te bedenken dat de bewindsman een van de architecten is van het CDA-model voor de verantwoordelijke samenleving. Een dringend advies aan de bevolking om een geregeld leven te leiden en (extra) gezond te eten, sluit naadloos op dat model aan. Maar niets van dat al. Iedereen kan vrolijk doorleven. Gaat u maar rustig slapen, want vadertje staat heeft een schip met vaccins besteld en kapitein Klink zorgt voor u. Een gemiste kans. Jammer.


28-08-2009 | Jan van Klinken

2 september 2009

(on) beperkte vrijheid

Gisteravond waren we aanwezig bij de eerste Hendrik Jan Schoo-lezing in de Rode Hoed te Amsterdam.
De avond begon met een verrassende boekpresentatie waarbij dé conservatief-liberaal der Nederlanden, dr. mr. Frits Bolkestein de bundel ‘Een ongeregeld zootje’ in ontvangst nam uit handen van Arendo Joustra.
Bolkestein gaf hierna een vloeiend betoog over de vraag waarom "intellectuelen niet van het kapitalisme houden."
Het betoog was een korte versie van zijn Cleveringa-lezing uit 2005

De conclusie van Bolkestein is hier kort weergegeven.

Ten eerste zijn er school en universiteit, die de aankomende intellectueel leren op basis van vaste uitgangspunten logisch en consistent te redeneren. Daarmee samenhangende, ten tweede, de neiging van veel intellectuelen niet gehinderd door enige ervaring op basis van algemene beginselen uitspraken te doen over tal van bijzondere onderwerpen, wat vaak ontaardt in ijdel getheoretiseer dat het zicht op de werkelijkheid blokkeert. Ideeën beperken het waarnemingsvermogen. Ten derde de herinnering aan de rauwe kant van het kapitalisme, de vermeende onsympathieke motieven van de ondernemer en de ogenschijnlijke chaos van de markt, waar intellectuelen niet zouden kunnen aarden. Ten vierde de grote mode-gevoeligheid die kan ontaarden in politieke correctheid. Tenslotte de desinformatie die wordt verspreid door politieke tegenstanders.

Na dit betoog werd het woord gegeven aan de prof. dr. Meindert Fennema, hoogleraar Migratie en etnische studies aan de Faculteit der Maatschappij- en Gedragswetenschappen van de Universiteit van Amsterdam. De titel van de lezing was: ‘Geldt de vrijheid van meningsuiting ook voor racisten?’

Voor een impressie van deze avond verwijs ik naar het verslag op DDS.

Een scherpe analyse van het probleem wat zich voordeed nadat Fennema aan het slot van zijn lezing een draai maakte en met 3 toegangsregels voor het debat is te lezen in de blog van Rutger Schimmel.

De ruimte voor de politieke partijen (SGP/PVV enz.), de breedte van de godsdienstvrijheid en de vrijheid van denken en spreken blijft een zeer interessant discussieonderwerp.

Een boeiende avond die verdere bezinning en overdenking over dit onderwerp oproept.

Volgers