6 maart 2010

Op zondag zijn papa en mama er voor ons!

Op 1 december 2009 is het nieuwe EU-verdrag van Lissabon van kracht geworden. In dit verdrag is ook opgenomen dat er door burgers van de EU een z.g. “burgerinitiatief” genomen kan worden wat de Europese Commissie verplicht het onderwerp van dit initiatief op de agenda te plaatsen.
Voor zo’n burgerinitiatief zijn ten minste 1.000.000 (1 miljoen) stemmen nodig die bovendien uit een representatief aantal lidstaten moeten komen.

In Duitsland is door Dhr. Martin Kastler het initiatief genomen om het 1e burgerinitiatief in Europa te organiseren met als motto (vrij vertaald) “Op zondag zijn papa en mama er voor ons”.

Doel van de aktie is om het onderwerp zondagsrust in geheel Europa op de agenda en als wet aangenomen te krijgen.

Bij deze de oproep om deze aktie te ondersteunen met uw deelname op www.free-sunday.eu

Helaas in deze site er alleen nog maar in het Duits of Engels. Maar dat mag voor u toch geen probleem zijn?

Ondersteun dit initiatief, ga naar www.free-sunday.eu en vul daar uw naam en emailadres in.

5 maart 2010

Emancipatie omdat „we moeten”

Na een drukke week waarin de spaarzame uren naast werk, politiek en organisatie nog in huis besteed konden worden (en dus niet aan bloggen) lees ik dan vanavond weer een prachtige column van Jan van Klinken.


In het besef dat ik ‘makkelijk praten heb’ in tegenstelling tot vele anderen, zijn mijn vrouw en ik enorm blij dat wij nog steeds voor het oude kostwinnerschapsmodel kunnen kiezen. ‘k Zou er niet aan moeten denken dat mijn vrouw op zaterdag en zondag – de enige dagen dat ik thuis ben- haar oude job in de gezondheidszorg zou oppakken. Dan zouden we elkaar overdag nooit zien….

Mijn vrouw vindt dat ze de mooiste managementbaan ter wereld heeft: Gezinsmanager. Naast deze baan blijft ook nog genoeg vrije tijd over om ‘leuke’en ‘nuttige’dingen te doen.

“Wat doet je vrouw voor werk?”, is een vraag die mij door relaties regelmatig gesteld word. Mijn vaste antwoord is dan : Gezinsmanager.

Pas vroeg een intellectuele ambtenaar van progressieve huize het mij. Op mijn bekende antwoord reageerde zij als volgt: Zooo, leuk! Dat is een boeiende job. Inderdaad zei ik, een hele uitdaging in deze tijd. “In welke gemeente werkt ze?”, vroeg ze vervolgens. Ik bedacht me het spel mee te spelen en zei dus, zonder te liegen: Gouda. Haar wenkbrouwen fronsten zich.“Dat zal niet meevallen zeker?, je leest zoveel van Gouda met die gezinsproblematiek”. “Nee, niet altijd maar het mag aardig gaan met 4 kinderen en een werkende vader”, vertelde ik haar. In haar naïviteit stelde ze nog een laatste vervolgvraag. “Jij hebt ook geen baan van 40 uur, hoeveel uur werkt je vrouw dan?”. “7 dagen per week 24 uur per dag is ze beschikbaar en 7 x 12 uur actief”, zei ik met een strak gezicht.
Al hakkelend ging ze nu toch wel denken dat ik ze voor de gek hield.
Vol verbazing vroeg ze: maaarrr,wat bedoel je nu precies met gezinsmanager? Om direct op een mineurtoon te vragen: Je houd me voor de gek! Zit ze gewoon thuis?

Vervolgens ging het gesprek nog even door en concludeerde ze dat mijn arme echtgenote veel tekort kwam, maar dat dit in die orthodox-christelijke kringen ‘natuurlijk normaal’was. Nu ze deze week de Volkskrant gelezen zal hebben zal ze misschien haar mening over dat laatste wat bij stellen. Maar haar mening over “mijn arme vrouw” kon ik nog niet wegnemen, ondanks al mijn verbale inspanningen.

Vorig jaar rond deze tijd heb ik er n.a.v. het boek van Fleur Jurgens ook een blog aan gewijd.


Nu de nieuwe column van Jan van Klinken

Emancipatie omdat „we moeten”V

Vrouwen in de orthodox-protestantse gemeenschap betreden in groten getale de arbeidsmarkt. Zeker de helft van de echtparen met jonge kinderen leeft van een dubbel inkomen, schat de Vereniging voor Gereformeerd Schoolonderwijs (VGS). Wel kiezen zij vooral voor een baan van hooguit twee dagen. Een vier- of vijfdaagse werkweek is een uitzondering.
Dat meldde de Volkskrant van afgelopen zaterdag. In een paginagroot artikel doet de krant uit de doeken dat vrouwen in de biblebelt bezig zijn „aan een opvallende opmars op de arbeidsmarkt.” Aan het woord komen diverse vrouwen die vertellen hoe ze tot hun besluit om te gaan werken, zijn gekomen. Zingeving speelt wel een rol, maar de doorslag geven de financiële aspecten. Rondkomen van een enkel inkomen is haast geen doen meer.
Wie tot genoemde kringen behoort en wel eens om zich heen kijkt, zal niet onmiddellijk van zijn stoel vallen bij deze constateringen. Hooguit veroorzaakt de schatting dat de helft van de echtparen met jonge kinderen van een dubbel inkomen leeft, toch nog een kleine schok. In de zin van: O, gaat het zo hard?
Want dat het beeld snel is veranderd, is onmiskenbaar. Ik kan me nog heel goed herinneren dat de werkende vrouw een populair thema was op jongerenbijeenkomsten in eigen kring. Het behoorde tot een select aantal zeer verontrustende verschijnselen. Je hoorde vierkant tegen te zijn.
Dat veranderde rap. Ik herinner me dat ik als beginnend verslaggever optrok met seniorredacteur Leen Ruijgrok, die me de kneepjes van het vak zou bijbrengen. Op de agenda stond een bijeenkomst van de christelijke bakkersvereniging, waar CNV-voorman Jan Lanser zou spreken. Hij hield een hartstochtelijk pleidooi voor de werkende vrouw. Met haar gaven en talenten kon ze een belangrijke bijdrage aan de maatschappij leveren of woorden van gelijke strekking.
Nu mocht mijn collega graag buiten de oevers van zijn vak als journalist treden. Niet voor niets stond hij later aan de wieg van de RMU. Ook die middag kroop het bloed waar het niet gaan kon. Terwijl de christelijke bakkers het revolutionaire betoog van de CNV-voorman zonder morren wilden laten passeren, stond Ruijgrok op en hield hij Lanser in een milde maar toch glasheldere repliek de Bijbelse noties omtrent deze kwestie onder ogen. Dat wilde hij, ook al was hij slechts aanwezig als verslaggever, wel gezegd hebben.
Lanser kende Ruijgrok wel en knikte eens vriendelijk naar hem. „Ja, ja”, reageerde hij droogjes, „Sara zal in de tent wonen.” Daarmee was de discussie gesloten. Lanser voorspelde dat deze karavaan niet meer te stoppen viel en gewoon verder zou trekken.
Daarna brak een periode aan waarin met een zekere verbetenheid voor de werkende vrouw werd geijverd. Eerlijk gezegd verbaasde ik me daar nogal over. Op het Zeeuwse platteland, waar ik ben opgegroeid, was de werkende vrouw een vertrouwd verschijnsel. Vrouwen hielpen hun mannen op de boerderij of bij het binnenhalen van de oogst. Dat gebeurde zuiver om economische redenen. Een knecht was te duur. De vrouw kon in veel bedrijfjes niet worden gemist.
Heel veel vrouwen slaakten een zucht van verlichting toen hun inzet niet meer nodig was. Machines hadden het werk overgenomen. Waren die vrouwen blij dat ze thuis konden blijven.
Vandaar mijn verbazing over het feminisme dat in alle hevigheid de kop op stak. Vrouwen moesten bevrijd worden van hun ketenen waarmee ze aan het aanrecht waren gebonden. Historisch was de confrontatie in de Tweede Kamer tussen de nieuw aangetreden staatssecretaris voor Emancipatiezaken D’Ancona en de kersverse christen-Kamerleden Leerling, Schutte en Van der Vlies. Daar vlogen de stukken echt vanaf. D’Ancona kondigde aan dat ze gehakt zou maken van het traditionele patroon van de man die voor het inkomen zorgt en de vrouw die de kinderen grootbrengt. Vooral de dwingende toon riep bij haar opponenten de nodige weerzin op. Al met al werd het een gedenkwaardig steekspel.
Dertig jaar na dato moge duidelijk zijn dat D’Ancona en haar medefeministen de strijd glansrijk hebben gewonnen. Er was tijdens dat bewuste debat hooguit sprake van een achterhoedegevecht. Nu ging het het genoemde driemanschap niet in de eerste plaats om de werkende vrouw als wel om de keuzevrijheid, maar ook die is uiterst betrekkelijk geworden. Wie als startend koppel een beetje fatsoenlijk wil wonen en een gezin wil stichten, ziet zich geconfronteerd met torenhoge lasten. „We moeten wel”, is een veelgehoord argument, ook in de Volkskrantreportage.
Niet dat dat het enige is. „Na de geboorte van mijn eerste kind ben ik een halfjaar thuis geweest. Ik merkte dat ik ook intellectueel uitgedaagd wilde worden en wilde participeren in de maatschappij”, vertelt een moeder in hetzelfde verhaal. Uiteraard kan iedereen zich daarbij van alles voorstellen.
Toch, als ik al die stress waarneem, al dat geren en gevlieg om kinderen elders onder te brengen en weer op te halen, de druk om hypotheken af te lossen en studiegelden bijeen te krijgen, dan denk ik wel eens: velen zullen net als toen op het platteland een zucht van verlichting slaken op de dag dat het niet meer nodig is.

05-03-2010 18:11 | tekst Jan van Klinken


.

„Gooi met modder en verklaar ons besmet”

Column van Jan van Klinken , vorige week


Gelukkig ben ik Geert Wilders niet, maar als ik hem wel was, zou ik deze week de volgende brief hebben verstuurd:
„
Beste oppositieleiders,
Over de populariteit van mij en mijn partij heb ik niets te klagen. Graag wil ik jullie daarvoor onze complimenten overbrengen. Nimmer was het jullie te veel om de aandacht op mij te vestigen. Met name vriend Pechtold ben ik veel dank verschuldigd. Hij heeft mij uitgeroepen tot het grote kwaad. Ik ben dé grote bedreiging van dit vaderland.
Natuurlijk heeft hij daar zelf goed garen bij gesponnen, want zijn partij is helemaal terug van weggeweest. En dat terwijl D66 bijna de laatste adem uitblies toen hij het roer overnam. Tegelijkertijd profiteren wij dankbaar van zijn acties. Hij plaatst kiezers voor de keuze Pechtold of Wilders. Nou, dan weten veel rechtse mensen het wel.
Toen het eind vorige week duidelijk werd dat het kabinet aan zijn laatste ronde was begonnen, dacht ik even dat alles toch nog mis zou lopen. Dat het kabinet zou vallen, leek me prima. We staan er nu reuzegoed voor in de peilingen en je weet maar nooit hoe dat over pakweg een jaar ligt. Een ruzietje zus of een schandaaltje zo en we zijn weg. Iedere uitglijder in ons kamp wordt meteen duizend keer uitvergroot en dat zullen we moeten bezuren. Graag op korte termijn verkiezingen dus, zodat we onze goodwill onder de kiezers snel kunnen verzilveren. Wat dat betreft zijn we op onze wenken bediend. Daarover zult u mij niet horen. We zullen Bos en de zijnen voor het forceren van de breuk nog heel lang erkentelijk zijn.
Wat me wel zorgen baarde, was dat het thema Uruzgan wellicht de verkiezingen zou domineren. Omdat Bos die kwestie zo hoog speelde, wekte hij de indruk dat hij het vooral daarover met de kiezer wilde hebben.
Vanuit zijn positie zou ik dat niet erg slim gevonden hebben want zo opgewonden raakt het electoraat echt niet van dat onderwerp, maar met socialisten weet je het nooit als het over het leger gaat. Ze zeggen wel dat ze hun ideologische veren hebben afgeschud, maar er zijn nog genoeg pluimen blijven zitten. Hoe dat echter ook zij, voor ons zou het opblazen van die kwestie niet gunstig zijn geweest. Uruzgan, daar kunnen wij als PVV niet mee scoren.
Gelukkig werden al mijn zorgen snel weggenomen. De kruitdampen boven het Binnenhof waren nog niet opgetrokken toen demissionair staatsecretaris Timmermans (PvdA) de oppositie al opriep mijn partij besmet te verklaren. Zo zou voorkomen moeten worden dat de PVV invloed op de regering krijgt. CDA en VVD moesten van Timmermans duidelijker maken hoe ze tegenover samenwerking met de PVV staan. Deze twee partijen waren daar in zijn ogen „enorm mistig” over.
Ik had me kunnen voorstellen dat Timmermans onmiddellijk op het partijbureau zou zijn ontboden en een ongelooflijke uitbrander zou hebben gekregen. In de trant van: „Frans, wat is er met je gebeurd? Als je wilt dat alle camera’s weer op de PVV zijn gericht, moet je dit doen.”
Nee, niets daarvan. In plaats daarvan deed leider Bos het allemaal nog eens dunnetjes over. Terug van zijn bezoek aan de koningin verklaarde hij dat het CDA van demissionair premier Balkenende zich openlijk diende uitspreken tegen een regering met de PVV. Je moet wel erg weinig kranten in je leven hebben gelezen om te weten tot wat voor soort koppen zulke uitspraken leiden. .
En jawel, daar waren ze, nog vetter en dikker dan ik had gehoopt. Ook radio en tv lieten zich niet onbetuigd. Geen station kon je aanzetten en geen zender inschakelen of daar was Wouter weer.
Wat jullie niet willen inzien, en daarom kan ik het zonder enig risico uitleggen, is dat heel veel mensen in dit land de politiek één grote kliek vinden die in achterkamertjes met van alles en nog wat bezig is behalve met het behartigen van hun belangen. Als die kliek ons wil uitsluiten, is dat voor ons alleen maar gunstig. De vijand van de kliek is de vriend van dat ontevreden electoraat.
Bij het CDA zijn ze wat dat betreft slimmer. Daar weten ze beter hoe de hazen lopen. Vandaar dat ze daar veel gematigder reageerden. „Het is heel onverstandig elkaar bij voorbaat uit te sluiten. Dat past niet in een democratie. Wij willen geen cordon sanitaire, waar de heer Bos nu op aan lijkt te sturen”, zei fractievoorzitter Van Geel.
Wijze woorden, dat is zeker, maar ook die uitspraak werd weer door de media opgepikt. En zo waren we weer helemaal terug in de wedstrijd. De schijnwerpers stonden de laatste weken wel erg op CDA en PvdA gericht. Voor ons was er bijna geen doorkomen aan met die conflicten over het rapport-Davids en de missie in Uruzgan.
Maar onverwachts zijn we op een wijze geholpen waarvan we alleen maar konden dromen. Maak ons tot een buitenbeetje, probeer ons vooral uit te sluiten, val ons aan (en dan het liefst onder de gordel), maak ons verdacht, gooi rijkelijk met modder en na 9 juni praten we verder. Hoe dichter ze ons naar het centrum van de belangstelling duwen, hoe gemakkelijker we het hebben. Zo kun je in dit land rustig achteroverleunend minister-president worden.”
26-02-2010 18:32 | tekst Jan van Klinken

Volgers