4 oktober 2010

Over CDA lidmaatschap enzo.

Het schijnt in Reformatorische kring nogal politiek nieuws te zijn als je als SGP-lid voor een zaaltje vertelt dat je óók van het CDA lid bent.
Mijn opmerking daaromtrent op een SGP-avond te Gouda, waar ik sprak over "Christelijk Conservatisme én de SGP", was voor het Reformatorisch Dagblad het belangrijkste nieuws van die avond.

In ParlementVaria van 27 september werd er melding van gemaakt. Feitelijk was het bericht juist. Of er journalistiek gezien niets beters en mooiers van die avond was te vertellen over de bijdragen van profeet (volgens Refdag) Diederik van Dijk en mij laat ik aan de bezoekers over.

Zo'n CDA-lidmaatschap (net als de SGP, een Algemeen Nut Beogende Instelling) doet er blijkbaar toe. Ook al kon ik -helaas- afgelopen zaterdag in Arnhem op het congres nog niet stemmen omdat ik slechts zeven weken lid ben.

Naar aanleiding van een aantal DM tweets en wat mailberichten (waarin afzonderlijk 7 SGP-ers en 1 SGP- raadslid erkenden óók CDA-lid te zijn) was ik van plan mijn motivatie toe te lichten op dit blog.

Echter, afgelopen zaterdag werd ik al vroeg uit bed gebeld door mijn zus die op deze zaterdagmorgen mijn motivatie al in het RefDag had gelezen. Niet door mijzelf verwoord, maar door de columnist Jan van Klinken. - voor de regelmatige bezoeker van dit blog zal hij niet onbekend zijn-

Daarom kom ik er makkelijk vanaf deze keer.
Hierbij weer compleet de column van Jan van Klinken.

(gelukkig zijn er ook mede-refo's die het begrijpen)


Geen reformatorisch reservaat

02-10-2010 07:03 | Jan van Klinken

Christenconservatief Wilco Boender is lid van het CDA geworden, meldde het Reformatorisch Dagblad maandag. Een op z’n minst verrassende mededeling. Hoewel hij lid van de SGP is en ook op die partij wil blijven stemmen, ziet hij het lidmaatschap van het CDA als een mogelijkheid het behoudend smaldeel binnen die partij te versterken. Het ex-Kamerlid Eddy Bilder, zelf ook orthodox-christelijk, heeft hem van het nut van toetreding tot de christendemocratische gelederen overtuigd.

Het streven om waar mogelijk invloed uit te oefenen, is de meeste reformatorische mensen tamelijk vreemd. Het is misschien wat generaliserend gezegd, maar als het anders is, heb ik er nooit zo veel van gemerkt. Het is ook niet zo gek in een milieu waarin de eigen organisaties centraal staan. Het leven speelt zich voor een belangrijk deel af binnen de zuil.

Die zuil is in de loop der decennia alleen maar verder opgetuigd. Veel kinderen die voorheen nog naar de bekende School met de Bijbel zouden zijn gegaan, bezoeken nu de reformatorische basisschool en over de veelheid aan andere eigen instellingen hoef ik het verder niet te hebben.

De waarde daarvan is groot. Daarover geen enkel misverstand. Geestverwanten uit andere landen kunnen vaak hun oren en ogen niet geloven, zeker als je er nog bij verteld dat de meeste voorzieningen door de overheid worden betaald. Maar de vraag is natuurlijk wel wat de buitenwacht nog merkt van je aanwezigheid.

Toen ik in eigen kring voor het eerst in aanraking kwam met het idee om zolang mogelijk aan boord te blijven ook al vaart het schip een minder zuivere koers, had dat betrekking op het kerkelijk leven. In mijn vroegere omgeving was hervormd synoniem met vrijzinnig of daaromtrent. Gereformeerdebonders waren er in de verre omtrek niet of nauwelijks.

Het was best wennen om met deze mensen nauwer in contact te komen. Er was op z’n minst sprake van enige argwaan. Sommigen gingen daarin heel ver. Zo zei iemand me eens: Als ze (de bonders) de zuivere waarheid waren toegedaan, zouden ze zich wel bij een afgescheiden kerk (lees: de zijne) aansluiten.

Dat was een totale miskenning van hun positie, zo was de les die ik leerde. Afscheiden kan ook de weg van de minste weerstand zijn. Want je kunt het op regionale en landelijke vergaderingen van je kerkverband ontzettend fijn hebben met elkaar, en dat misgun ik niemand, maar het is toch wel andere koek dan in een uiterst pluriform gezelschap je principes verdedigen en sympathie zien te winnen voor je standpunt.

In discussies daarover wordt wel aangevoerd dat je in zo’n situatie verantwoordelijk bent voor zaken die tegen je beginsel indruisen. En dat is zeker een aangelegen punt. Wie deel uitmaakt van een bezoedeld bestel, maakt vuile handen. Maar weglopen is ook een verantwoordelijk­
heid.

Het is vrij simpel om die lijn door te trekken naar andere terreinen. Het onderwijs bijvoorbeeld. Natuurlijk gingen onze kinderen naar reformatorische scholen. Daar was eigenlijk niet eens discussie over. Toen iemand me daarover bevroeg, kon ik zo een rijtje bezwaren opsommen van wat er mis was met de plaatselijke christelijke school. Hier te breed en daar te wijd. Zijn antwoord zal ik niet gauw vergeten. „Dat is allemaal in een stroomversnelling geraakt”, zei hij, „nadat jullie waren vertrokken.” Hij bedoelde te zeggen dat er veel veranderingen werden tegengehouden om de reformatorische mensen binnenboord te houden. Toen ze weg waren, hoefde dat niet meer.

Nu besef ik best dat er veel meer over te zeggen is. Ook zou ik niet graag willen suggereren dat er lichtvaardig is overgegaan tot het oprichten van allerlei eigen instellingen en instituten. Daarmee zou tekort worden gedaan aan de intenties van initiatiefnemers en de offers die zijn gebracht. Tegelijkertijd heb ik respect voor de mensen die het schip waarop ze zijn geplaatst, niet konden en kunnen verlaten. Dat respect is in de loop der jaren alleen maar groter geworden.

Op politiek gebied ligt het uitoefenen van invloed nog iets gemakkelijker. Moet je elders kiezen tussen het een of het ander, op het politieke erf kun je van meer dan één organisatie lid zijn. Er is niets dat Wilco Boender verhindert zich bij het CDA te laten inschrijven terwijl hij ook al lid is van de SGP.

Stel dat de kiezers van de orthodox-christelijke partijen zijn voorbeeld massaal zouden volgen, dan zou dat vergaande gevolgen kunnen hebben voor de koers van het CDA. Zelfs als ze alleen maar op vergaderingen hun inbreng zouden hebben, zou dat al van betekenis kunnen zijn. Als ze ook nog eens zouden doordringen tot commissies en besturen, kon dat wel eens heel veel verschil uitmaken.

Er zit ook een andere kant aan: waar je mee omgaat, word je mee besmet. Dat is een reëel gevaar. Maar, om bij de beeldspraak te blijven, ik geloof er niets van dat dat per definitie tot chronische aandoeningen leidt. Als dat waar was, zou de reformatorische gezindte zich uit angst voor versmelting maar het beste in een soort reservaat terug kunnen trekken. Dat zou niet best zijn. En daarom wens ik Wilco Boender als CDA-lid alle goeds toe.


DANK JE WEL JAN! (WCB)

14 september 2010

dr. W. Aalders

Op 11 juni 2010 verscheen het boek 'Het oog omhoog, het hart naar boven' van de hand van ds. P.J. Stam (Katwijk) over dr. Willem Aalders en zijn werk.

dr. W. Aalders, één van de bekendste vertolkers van de Christelijk Conservatieve boodschap; van de bevindelijke diepte en de katholieke breedte.

Afgelopen week gaf ds. Stam een eminente lezing in de Haagse Bethlehemkerk te Den Haag over "Aalders en de ontmenselijking van de moderne mens":

klik op deze link voor de videoweergave. lezing ds. P.J. Stam



Voor straf in bed blijven (Zorg 2)

11-09-2010 08:56 | Jan van Klinken

Een man zit in de koffiekamer van een verpleeghuis. Vier verpleegkundigen in het wit komen een kop koffie drinken en kletsen wat bij. Plotseling hoort de man de ene zuster tegen de andere zeggen: „Als jij zo oud bent, is hier geen plekje voor je.” Ze antwoordt: „’k Zou hier ook van mijn leven niet willen zitten!”

Het voorval werd gemeld door een lezer. In die instelling is het hetzelfde liedje als in zo veel tehuizen: geen mensen, geen spullen, geen tijd. „In een verzorgingshuis hier in de buurt wordt er met Poolse dames gewerkt”, bericht een volgende lezer. „Sommige cliënten kunnen met deze dames praten doordat ze in een concentratiekamp Pools hebben leren spreken. In hetzelfde huis werken artsen die hoofdzakelijk Engels spreken.”

Wat ik echt horror vind, zijn de verhalen over het zogeheten zorgzwaartepakket (ZZP). Dat is tamelijk nieuw, zo begrijp ik. Alle bewoners van verpleeghuizen zijn tegenwoordig ingedeeld in een ZZP van 1 tot en met 9, al naar gelang ze zorg nodig hebben. Die indeling wordt omgezet in ”zorgminuten”. Zo wordt het aantal uren berekend en op grond daarvan voor drie maanden tegelijk geroosterd. Wie in die periode plotseling meer zorg nodig heeft, bijvoorbeeld als gevolg van een beroerte, heeft gewoon pech. „Dat kan namelijk pas vanaf het volgende rooster, dus pas na twee of drie maanden. Dan kan het voor die bewoner misschien niet eens meer nodig zijn... Dus betekent het een stapje erbij en nog meer werkdruk, en de betreffende bewoner is dan vaak pas om 11 uur uit bed”, schrijft een medewerker uit een instelling.

Het komt er dus op neer dat je wel hulpbehoevender mag worden maar pas aan het einde van het rooster. Wie zich daar niet aan houdt, moet voor straf in bed blijven liggen! Als dit de manier is waarop we in dit land met onze ouderen omgaan, moeten we ons volgens mij collectief achter de oren krabben.

Een andere reactie gaat ook over het zogeheten zorgzwaartepakket. Leidinggevenden gaan er bij haar strenger naar kijken want men is bang dat bewoners toch meer zorg krijgen dan hun ZZP waard is. Een minutenkwestie. „Wil iemand iedere dag onder de douche in plaats van een gewone wasbeurt? Oké, dat kost dan zoveel minuten per dag. Dan moet er wat anders af.”


Weer een ander zegt dat ze als goedmakertje voor de dagelijkse race tegen de klok bijscholingen mag volgen. Die gaan –ik heb het niet verzonnen– over ”belevingsgerichte zorg”.

Ronduit schokkend vond ik deze: „Ik werk hier meer dan twintig jaar, en heb de sfeer zien veranderen van een fijne werkplek, waar iedereen elkaar kende en met elkaar meeleefde, tot een jachtig bedrijf waar we allemaal met een gehaaste blik langs elkaar heenlopen en er geen tijd meer is voor een praatje.”

Ze werkt bij een huiskamerproject voor dementerende bewoners. Tot maart van dit jaar bestond de groep uit maximaal acht tot negen bewoners. Buiten het hoognodige was er ook nog ruimte voor een activiteit.

Maar plotseling, met de komst van de zorgzwaartepakketten, raakte de instelling in de rode cijfers en moest er zeer drastisch bezuinigd worden. De gevolgen: om te huilen, zoals de verpleegkundige schrijft. Ze moeten nu in hun eentje werken op een groep van tien tot twaalf bewoners en mogen geen koffiepauze meer nemen buiten de deur. Zelfs de plak ontbijtkoek is wegbezuinigd.

Ook de openingstijden van de huiskamer zijn ingekort. Gevolg is dat de meeste bewoners rond zeven uur ’s avonds al naar bed gebracht worden en geen natje of droogje meer krijgen tot ze de volgende morgen aan het ontbijt verschijnen. Voordat iedereen er is, is het halfelf. Vervolgens staat om twaalf uur de warme maaltijd weer op het programma. Tijd voor een activiteit is er niet meer. Ze organiseerden voorheen wel eens een uitje. Daar is al helemaal geen geld meer voor.

Ze moeten nu productie draaien. Het door het management zo felbegeerde certificaat hangt ingelijst in de hal op de plek waar eerst een foto hing van een onder ons bekend en geliefd predikant, in een ver verleden de oprichter van het tehuis.

„We begrijpen met z’n allen dat er bezuinigd moet worden, maar het is droevig om te zien dat het deze mensen zo treft, die zich niet kunnen verweren en niet voor zichzelf op kunnen komen”, vervolgt deze reactie.

De instelling is na enkele fusies enorm uitgebreid. De ene na de andere leidinggevende stapte op. Er kwam een interim die alle veranderingen er zonder pardon doorgedrukt heeft. „We voelden ons behoorlijk geïntimideerd, durfden onze mond nauwelijks nog open te doen op vergaderingen, bang om onze baan te verliezen. Het was zo’n ijzige sfeer en zo onwerkelijk, ik heb zoiets nog nooit meegemaakt. Ik voelde me tot op de bodem gefrustreerd, maar het was slikken of stikken. Ik ben helemaal niet zo schrijverig, maar nu kon ik het niet laten. Iedereen moet toch weten hoe nijpend het wordt in de zorg!”

Genoeg hierover. In ieder geval wil ik niet helemaal in mineur eindigen. Zo schreef een zorgmedewerker dat ze ondanks alles een ontzettend mooi beroep heeft en ze zou het liefst zien dat velen haar voorbeeld volgen. Een ander maande om vooral optimistisch te blijven. Ik beloof dat ik mijn best zal doen, ook al wil het op dit moment nog niet erg lukken.

Volgers