27 oktober 2009

Stoepjesvegende burgers

Soms ben je zakelijk wel eens met iets bezig wat op zo’n dagelijks moment heel commercieel en praktisch voor je is maar waarnaar je op een ander moment ( in de auto op weg naar huis) op zoek gaat naar de diepere betekenissen van zo’n ontwikkeling.

Waar ik op doel: De betrokkenheid en de daaraan verbonden verantwoordelijkheid van de burger aan zijn habitat. Mooi samengevat in het woord “Bewonersparticipatie”
Vorige week waren we als “groene buitenruimte-expert” betrokken bij een overleg in een schitterende middeleeuwse stad welke echter, zoals iedere stad, ook zijn probleemwijken kent. (sorry maar ik heb een enorme hekel aan het woord prachtwijken of krachtwijken… ik kan namelijk de pracht en de kracht van zulke wijken nog steeds niet inzien… en bestempel deze woorden dan ook als zeer utopisch)

Het was een overleg over de regisserende rol van de gemeente en de bewonersparticipatie in het openbare gebied van wijken.Nu ben ik een goot voorstander van bewonersparticipatie. En omdat ik niet veel zie in een grote en krachtige overheid waarin ambtenaren alles voor hun burgers regelen en oplossen is dit een interessante ontwikkeling.
Maatschappelijke structuren die vanuit individuele krachten de doelstelling–een mooie en fijne leefomgeving- behalen verdienen een brede politieke steun en dienen vanuit marktpartijen ondersteund te worden. Vanuit het perspectief van de civil society vormt bewonersparticipatie een belangrijke rol in het schoon en leefbaar houden van wijken.
Het vraagt voor de drie betrokken partijen wel een geheel andere instelling en aanpak.

De bewoners.
Er zijn in een wijk gechargeerd gezegd drie soorten bewoners. Bewoners welke (zoals vroeger iedereen deed) elke zaterdagmiddag de stoep aanvegen en het onkruid in tuin en stoep verwijderen. De tweede categorie zijn burgers die als er in oktober de eerste bladeren zijn gevallen binnen een week de wijklijn gaan bellen met de vraag of de gemeente nu eens niet een keer dat blad komt opruimen. De derde categorie bewoners interesseert het helemaal niet hoe de wijk, de stoep of de achtertuin er uit ziet.
Vorig jaar heb ik nog van een rijtjeshuis in een Rotterdamse wijk een achterdeur gezien waar een boom van 6 jaar tegen was gegroeid. De achterdeur was dus al 6 jaar niet open geweest…..)

Het feit dat er wijken zijn waar allemaal bewoners van één van de voorgenoemde categorieën wonen, laten we maar even buiten beschouwing.

Wat onze straten nodig hebben zijn toch echt de bewoners van de eerste categorie. Burgers die zelf een bijdrage willen leveren aan die fijne leefomgeving en niet alleen hun eigen straatje schoonvegen maar ook dat van hun buurvrouw die dat niet meer kan. Burgers die zich zelf verantwoordelijk voelen en als ze iets zien wat hun eigen kennis en vermogen te boven gaat niet scheldend de wijklijn bellen maar constructief met de gemeente en/of aannemer in gesprek gaan.
En juist deze categorie burgers missen we zo zeer. In achterstandswijken zien ze er het belang niet van in, enkele ideologische individuen uitgezonderd. En in vinexwijken nemen de tweeverdieners er geen tijd voor. Waar we de meeste verantwoordelijke burgers nog tegenkomen zijn de jaren ’70 wijken waar nette 55+ -ers wonen, die hun ouders nog het straatje hebben zien schrobben met bleekwater en waarvan nog wat van dit soort nuttige (voor sommigen zelfs truttige) bezigheden tussen de oren en in de handen zijn gebleven.

Zonder deelname van minimaal 40 % van deze bijna uitgestorven soort bewoners is iedere bewonersparticipatie in een wijk gedoemd te mislukken.

De gemeente.
Ook voor het gemeentelijke apparaat schept deze aanpak een andere wijze van denken en regisseren.
Het ambtenarenkorps zal moeten worden uitgedund. Laat het gehele uitvoerende werk ( van design tot construct) over aan de marktpartijen die expertise in huis hebben, willen innoveren en brede ervaring hebben. De ambtenaren die nog blijven krijgen een toezichthoudende taak en een makelaarsrol tussen marktpartijen en de politiek en/of tussen de burger en de politiek. Vanuit politiek beleid worden er doelstellingen geformuleerd en wordt de kwaliteit in een beeldbestek of prestatiecontract omschreven. Aan de hand van opgestelde KPI’s zal de aannemer worden getoetst op kwaliteit van zijn werk én zijn rol. Vakkennis is voor deze ambtenaren geen must meer. Communicatie en vertrouwen in burger en dienstverlener worden de toverwoorden voor deze ambtenaren.

Als bewoners betrokken worden bij planvorming voelen zij zich serieus genomen en gaan ze inzien dat het participeren in een wijkcomité, buurtvereniging of het maken van gezamenlijke avondwandelingen directe invloed geven op de leefbaarheid in de wijk.
Vertrouwen hebben in de aannemer en dit ook uitdragen is voor veel ambtenaren een brug te ver. Aannemers zijn voor sommigen per definitie criminelen die niet te vertrouwen zijn. We kunnen allemaal de voorbeelden noemen waaraan deze gedachten ten oorsprong liggen. En die kan menig aannemer nog niet ontkennen ook….
Toch gaan we andere tijden beleven met elkaar.

Oplossingsgerichte aanbieder.
Onlangs hoorde ik van een directeur van een aannemingsgroep in buitenruimtebeheer dat hij geen aannemer is maar een “oplossingsgerichte aanbieder”.
Deze mooie naam is precies de rol die de marktpartijen in zullen moeten gaan nemen in het openbare gebied. Bij een gemeente die in vertrouwen het beheer van de leefomgeving van haar burgers aan zijn aannemer overlaat. Voor bewoners en gemeentelijke opdrachtgever moet je niet alleen vaktechnisch je mannetje staan maar ook communicatief en innovatief. Organiseer als “oplossingsgerichte aanbieder” opzoomerdagen, stel een emailadres open voor vragen, zit samen met burgers aan tafel bij wijkontwikkelingsplannen, initieer plantenacties enz. enz. Marktpartijen kunnen (ook in het kader van duurzaam en maatschappelijk verantwoord ondernemen) hier een grote faciliterende rol in vervullen die ook commercieel zijn vruchten kan gaan afwerpen.

In vertrouwen alles samen doen wordt het motto in de habitat van de homo sapiens anno 2010. Gemeente, bewoners én marktpartijen. Ieder met zijn eigen expertise en betrokkenheid

Echter mijn grootste zorg blijft:

Zijn er nog wel voldoende stoepjesvegende en onkruidwiedende burgers in dit land?






.

Geen opmerkingen:

Volgers