Posts tonen met het label Kerk. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Kerk. Alle posts tonen

22 juni 2011

Simonis bij ‘gergem’ markeert kanteling

06-06-2011 10:28 | Jan van Klinken


Wie had kunnen denken dat een hoge geestelijke uit de Rooms-Katholieke Kerk nog eens op bezoek zou zijn bij een gereformeerde gemeente, daar een goed gesprek voert met de plaatselijke predikant en dan ook nog de toetsen van het orgel beroert. Het verslag van correspondent Wim de Jongste van de kennismaking van kardinaal Simonis met de gereformeerde gemeente van Gouda tijdens de open dag die daar zaterdag werd gehouden, is er een om in te lijsten. Als reformatorische mensen hebben we de afkeer van de moederkerk met de paplepel ingegoten gekregen, en dan is zo’n gebeurtenis als in Gouda meer dan een opvallend moment. Ze markeert een kanteling.

In het naburige stadje van het dorp waarin ik opgroeide, maakte ik voor het eerst kennis met een rooms-katholiek kerkgebouw. Het was een kleine schok. Hierin vonden dus de rituelen plaats die met name in catechismuspreken zo werden verketterd. Het moest verschrikkelijk zijn wat hier binnen gebeurde. Wellicht heeft me zelfs een zekere huiver bekropen bij de aanblik van deze o zo valse kerk.

Langzaam maar zeker is dat beeld veranderd. Tijdens vakanties in het buitenland kon je overal rooms-katholieke kathedralen binnenwandelen, en wie werd daar niet gegrepen door de devote sfeer en de aanblik van mensen die diep in gebed waren verzonken? Zo veel openlijke vroomheid kwam je buiten deze kerk toch eigenlijk nergens meer tegen.

Nog dichterbij kwamen de tegenstrijdige gevoelens toen op de redactie van deze krant bleek dat we trouwe abonnees hadden in de rooms-katholieke hoek. Het Katholiek Nieuwsblad bestond toen nog niet en verschillende orthodoxe volgelingen van Rome waren blij met het RD. Dat ze af en toe de wind van voren kregen als in commentaren de paus werd gekielhaald, namen ze op de koop toe. Soms kregen we zelfs ontroerend positieve reacties. Fijn dat er nog een krant was die vierkant stelling nam tegen abortus, zo luidde bijvoorbeeld de teneur van brieven of telefoontjes. In behoudend rooms-katholieke kringen bleek er veel sympathie te zijn voor het prolifestandpunt.

Intussen bleef een deel van de lezersgroep grote moeite hebben met alles wat zweemde naar toenadering tot de rooms-katholieken. De paus van Rome was en bleef de antichrist en vanuit die hoek moesten we echt het ergste vrezen. Die weerstand viel ook wel te begrijpen. Behalve dat kerkelijke leidslieden het antipapisme er jarenlang stevig inpeperden, had de Rooms-Katholieke Kerk zelf ook decennialang haar best gedaan om zich als machtsfactor te manifesteren. Ze wist een oersterke zuil op te bouwen met een eigen partij, een netwerk aan eigen scholen, een eigen vakbond en een eigen omroep. Bovendien waren tal van grote concerns in rooms-katholieke handen en ook in de politiek wist men veel touwtjes in handen te krijgen. De vrees voor Rome kwam wat dat betreft niet uit de lucht vallen.

Maar ja, het rijke roomse leven werd steeds meer zieltogend. Het kerkbezoek nam dramatisch af, van de eens zo machtige zuil bleef niet veel meer over dan een rokende puinhoop en degenen die zich nog als rooms-katholiek profileerden, bleken het in de praktijk vaak niet zo nauw te nemen. Van gehoorzaamheid aan de regels van het Vaticaan, laat staan aan de Schrift, was steeds minder sprake.

Veel gevaren hadden we uit die hoek dan ook niet meer te duchten. Dat maakte het makkelijker om vrijuit over elkaar te spreken en contacten aan te gaan. Zo vond ik het best wel bijzonder dat de bekende dr. W. op ’t Hof herhaaldelijk uitkwam voor zijn verbondenheid met theologen uit de kerk van voor de Reformatie. Bij mensen als de priester Thomas a Kempis en anderen had hij vroomheid aangetroffen die hem diep had geraakt.

Ook in praktisch opzicht veranderde er het een en ander. Dezelfde Simonis, die zaterdag in Gouda opdook, was bijvoorbeeld in 1993 een van de gasten tijdens een interkerkelijke bijeenkomst in de Jacobikerk in Utrecht over de Algemene wet gelijke behandeling. Het verzet tegen die wet was een overwegend protestantse aangelegenheid, maar de organisatie had niet geschroomd de kardinaal, die toen nog volop in functie was als aartsbisschop, erbij te betrekken. Ik kan me niet herinneren dat aan zijn deelname een onvertogen woord werd gewijd.

Anno 2011 is eigenlijk niet meer vol te houden dat er zoiets is als het roomse gevaar. Het is net als met het communisme. Daarvoor moesten we toentertijd heel erg bang zijn. Maar achteraf is van het schrikbeeld niets overgebleven. Dat hele communistische systeem is als een kaartenhuis ingestort.

Met de moederkerk is het al niet anders gegaan. Overal in Nederland vinden grote saneringen van parochies plaats. Die hebben slechts tot gevolg dat het kerkbezoek nog verder afneemt. Voeg daar het immense zedenschandaal binnen de kerk aan toe en een algehele afbladdering tekent zich af. Kortom, de verhandeling van de Heidelbergse Catechismus over de paapse mis heeft veel aan actualiteit ingeboet. Nog even en ze kan gevoeglijk worden overgeslagen. Wie zal haar missen?

Of er ooit een innige verhouding met de moederkerk zal ontstaan, is overigens twijfelachtig. Het vijandsbeeld lijkt evenwel definitief te zijn geweken.

12 april 2011

Er bestaat ook Christelijk Conservatisme

Vorige week hield Prof. dr. ir. Schuurman (voorzitter van Christenuniefractie in de Eerste Kamer) de Groen van Prinstererlezing.
Vandaag reageren wij, als bestuur van het Christelijk Conservatief Beraad, met een artikel in het RD.

Bron: RD 12 april 2011

Wat prof. E. Schuurman (RD 7-4) zegt over het conservatisme klopt niet, stellen Hans Alderliesten, Eddy Bilder, Wilco Boender, Dirk-Jan Nijsink en Bart Jan Spruyt. Bovendien lijkt hij niet te beseffen dat er ook christelijke conservatieven zijn.

Scheidend ChristenUniesenator Egbert Schuurman gaf vorige week in de Groen van Prinstererlezing op bevlogen wijze uiting aan zijn visie op christelijke politiek. Volgens de oud-hoogleraar in de reformatorische wijsbegeerte behoort deze georiënteerd te zijn op „het grondmotief van schepping, zondeval, verlossing en de verwachting van het Koninkrijk van God.”

In zijn kritiek op de hedendaagse cultuur aanvaardt Schuurman de conservatieven als bondgenoten. Voor een deel tenminste. Want conservatieven leveren volgens hem half werk. Ze zouden alleen maar oog hebben voor de negatieve gevolgen van een optimistisch mensbeeld en een losbandig vrijheidsbegrip, niet voor „de cultuurmachten.” Met die machten bedoelt Schuurman sinds zijn publicaties over de huidige cultuur als een Babelcultuur (jaren tachtig) de wereld van wetenschap, techniek en economie.

Maar klopt het wel wat Schuurman over het conservatisme zegt, en is hij wel volledig? Het valt op dat Schuurman zichzelf tegenspreekt. Hij verwijt de conservatieven dat ze „de negatieve kanten van de secularisatie van de cultuur ontkennen.” Maar hij merkt ook op dat Kinneging wil terugkeren tot „de oude deugden van de Griekse wereld en de latere christelijke wereld.” Wanneer je van mening bent, zoals Kinneging en met hem alle conservatieven, dat het verval van de westerse beschaving is ingezet met het afscheid van het christelijk geloof, kun je natuurlijk niet tegelijkertijd van mening zijn dat de secularisatie geen negatieve gevolgen heeft gehad.

Schuurman vereenzelvigt het conservatisme met rechts neoliberalisme, en denkt daarom dat het geen weerwoord heeft op de machten van economie en techniek. Deze karikatuur is wijd verbreid, maar staat wat lelijk als die uit de pen van een hoogleraar komt van wie toch mag worden verwacht dat hij de literatuur bijhoudt over de onderwerpen waarover hij publiceert. Een jaar geleden is, bijvoorbeeld, een bundel met portretten van conservatieve denkers verschenen die niet alleen de diversiteit van het conservatisme duidelijk maakt, maar ook laat zien hoe er binnen deze politieke filosofie altijd veel aandacht is geweest voor de zorg voor natuur, milieu en schepping (Thierry Baudet en Michiel Visser, red., ”Conservatieve vooruitgang”, uitg. Bert Bakker).

Maar het vervelendst in het betoog van Schuurman is nog wel dat hij schijnt te denken dat conservatieve politiek per definitie niet christelijk is. Hij onderscheidt christelijke politiek, die verworteld is in het genoemde ”grondmotief”. Daarnaast heb je de conservatieven, die het voor de helft hebben begrepen. Dat die conservatieven er veel meer van hebben begrepen dan Schuurman wil erkennen, is nog tot daar aan toe; erger is dat Schuurman niet verdisconteert dat er ook conservatieven zijn die juist vanuit hun christelijk geloof tot conservatieve posities komen. Zij hebben zich verenigd in het Christelijk Conservatief Beraad, dat een jaarlijks congres en huiskamerkringen organiseert om het gedachtegoed bekend te maken en te verbreiden.

Christelijke conservatieven gaan ervan uit dat de democratische rechtsstaat en een vrijemarkteconomie zeer goed en belangrijk zijn, maar dat deze alleen goed functioneren wanneer zij gebaseerd zijn op een cultureel fundament van waarden en deugden. Mensen zijn de dragers van die waarden en deugden, en deze worden overgedragen in instituties als familie, gezin, vereniging, school en (vooral) de kerk. En dat morele fundament kan alleen in stand blijven wanneer die waarden en deugden geïnspireerd en gedragen worden door het christelijk geloof.

Christelijk conservatieven zien God als de hoogste Soeverein, aan Wie alles voorafgaat. Hij is het Die zegt: „Ik zal zijn, Die Ik zijn zal” (Ex. 3:14). En ook: „Hetzij dan dat gijlieden eet, hetzij dat gij drinkt, hetzij dat gij iets anders doet, doet het al ter ere Gods” (1 Kor. 10:31). Ons leven, ons politiek handelen, staat in dienst van die God, Die er was eer de bergen geboren waren.

Het christelijk conservatisme wil de oorzaken van het morele verval in de samenleving bestrijden. Een van die oorzaken is het hedonistische, postmoderne denken dat God dood heeft verklaard en de mens en zijn geneugten in het middelpunt stelt. Deze geestelijke verschraling is een oorzaak van het verdwijnend normbesef. De Engelse psychiater Theodore Dalrymple deed ooit de typerende uitspraak: „Er moet wel iets mis zijn met het hart van de mensen dat zij zich op zo’n ontaarde manier gedragen.”

Christelijke conservatieven streven niet in eerste instantie naar partijpolitieke macht maar naar invloed voor hun ideeën. Waarbij zij liever samenwerken met gelijkgestemden dan dat zij de hobby van het narcisme van het kleine verschil beoefenen, zoals onder christenen al te vaak gebruikelijk.

De auteurs vormen het bestuur van het Christelijk Conservatief Beraad.

11 februari 2011

Modern Amish.

Er zijn ook vele orthodoxe christenen die zo wensen te leven.

De discrepantie tussen leer en leven....

4 januari 2011

Halvemaantjes uit de Jonkerstreet

Column | Jan van Klinken

Je bent 10.000 kilometer van huis, je loopt in de tropische hitte door een havenstadje en je bevindt je plotseling in de Jonkerstreet. Hm, Jonker? Ja, Jonker. Dan valt je oog op het naambord ”Heerenhouse”. Heerenhouse? Ja, Heerenhouse. Honderd meter verder wijst een bordje naar ”Stadhuys”. Wat is hier aan de hand?

Dat stadhuis blijkt veranderd te zijn in een islamitisch museum, maar het is ooit van ‘ons’ geweest, dat is duidelijk. Aanpalend bevindt zich de Christ Church. Een Engelse kerk, zal de argeloze bezoeker denken. Maar de ingewijde die de bol, het haantje en het kruis op het dak ziet prijken, weet beter. Dat moeten symbolen van Hollandse bodem zijn. Op kerken in ons land verwijzen de bol als paradijsvrucht naar de ellende, het kruis naar de verlossing en de haan naar de dankbaarheid.

Wie nog niet is overtuigd, wordt binnen van zijn laatste twijfels afgeholpen. Weliswaar is de Christ Church tegenwoordig een anglicaanse kerk, maar dat was vroeger wel anders. Het bord aan de wand met de namen van vroegere predikanten laat daarover geen enkel misverstand bestaan. Op de kansel van dit bedehuis stonden bijvoorbeeld ooit de predikanten Abraham Fierens en Theodorus Sas.

Het zou een aardig raadsel voor u als lezer zijn om uit te zoeken waar ik was. Het goede antwoord is Melaka, gelegen in Maleisië. Op de terugweg van Australië naar eigen land maakten we een lange tussenstop in de hoofdstad van dat land, Kuala Lumpur. Toen ik vooraf de kaart raadpleegde, viel mijn oog op de naburige havenstad Melaka. Dat moest het vroegere Malakka zijn, een naam die ik me vaag kon herinneren uit dat spannende boek waaruit dagelijks op de lagere school werd voorgelezen.

Het bleek te kloppen. Echt argeloze bezoekers waren we dus niet. Twee uurtjes met de taxi en we stonden oog in oog met allerlei tastbare herinneringen aan de tijd dat onze vroege voorouders hier de lakens uitdeelden. Een kopie van een oer-Hollandse molen was het eerste relikwie uit die tijd dat mijn vrouw en ik zagen.

Het was en bleef heel onwerkelijk. Het wemelde er in de omgeving van de palmbomen, overal waren islamitische symbolen, want Maleisië is een moslimland, alles oogt even exotisch dus kleurrijk en dan zijn er opeens overal afdrukken uit je bloedeigen vaderland.

Vroeger gaf de Straat van Malakka toegang tot de Indische archipel en wie de aangrenzende havenstad in handen had, bezat de sleutel tot de poort naar dit wingewest. Daarom waren de heren van de Verenigde Oostindische Compagnie (VOC) erop gebrand deze vesting op de Portugezen te veroveren. Dat lukte ze in 1641. Anderhalve eeuw hebben ze het er uitgehouden. Toen was de stad niet meer zo interessant en droegen ze de boel over aan de Engelsen.

Onze voorouders waren en gedroegen zich als koloniale overheersers. Vandaar dat er met gemengde gevoelens op dat tijdvak wordt teruggeblikt, zeker door Maleisische politici. Er is zelfs een tijd geweest dat deze bladzijde uit de geschiedenis werd afgeplakt. Er rustte een zeker taboe op. De drukbezochte winkelstraat van Melaka, de eerdergenoemde Jonkerstraat, kreeg een Maleisische naam en andere herinneringen werden aan het oog onttrokken.

Maar die tijd is voorbij. Menig boetiekje waar je van die leuke halve maantjes kunt kopen, heet hier ”Jonker Gallery” en het ”Heerenhouse” is zo op het oog nog niet zo lang geleden gerestaureerd. Er zijn de laatste tijd opgravingen gedaan naar de stadswallen van toen en ook dat heeft alles te maken met het hernieuwde respect van de stedelingen voor het verleden. Verder is een stuk stadsmuur herbouwd waarbij de kanonnen in beeld brengen op welke wijze onze voorvaderen afrekenden met ongeregelde zeevarenden die illegaal hun zakken in de oost wilden vullen.

De man die ons met het grootste genoegen bij 35 graden Celsius op zijn riksja de stad laat zien, vindt het maar wat mooi dat hij gasten mag vervoeren die speciaal voor de Hollandse nalatenschap naar Melaka zijn gekomen. Dat maakt hij niet iedere dag mee. Geen spoor van enige bitterheid over die omstreden periode.

Ook de taxichauffeur die ons van de luchthaven naar Melaka brengt, reageert verrukt. Het is Belanda (Holland) voor en Belanda na.

Ik moest denken aan de discussie die Balkenende indertijd als premier losmaakte met zijn opmerking over de VOC-mentaliteit die weer over ons vaardig moest worden. Dan zou het weer helemaal in orde komen met onze economie.

Helemaal fout, vonden zijn opponenten. Over die periode moesten we het maar niet meer hebben. Zo fraai was het volgens hen allemaal niet wat we toen overal ter wereld hadden uitgehaald.

En inderdaad, deugen deed het niet altijd. Daar hoeven we geen doekjes om te winden. Maar plaats het een beetje in de tijd van toen en vraag de mensen van nu welk gevoel ze erbij hebben.

Zelf heb ik in ieder geval veel bewondering voor die jongens van stavast. Ze waren zeker voor geen kleintje vervaard. En als ik zie hoeveel Nederlanders zich de laatste jaren als ondernemer in Azië vestigen, zit ons dat nog steeds in het bloed.

Het was een ijzersterke, Jan Peter!

1 november 2010

IKON en de héél zware moslims

Voor we het vergeten: weer eens een paar columns van Jan van Klinken.

16-10-2010 08:33 | Jan van Klinken

Zelden heeft een filmmaker zich zo geblameerd als Emile van Rouveroy van Nieuwaal. Zoals bekend is hij de man achter de documentaire ”Rijssens stille oorlog”, die gaat over de vermeende spanningen tussen het autochtone orthodox-protestantse bevolkingsdeel in Rijssen en de groeiende groep moslims.

Dagblad Trouw drukte op 24 september een in-terview af waarin Van Rouveroy zich op een even veelzeggende als onthutsende wijze in de kaart laat kijken. Dat is mede te danken aan interviewer Gerrit-Jan KleinJan, die zelf afkomstig is uit Rijssen en de filmmaker voorhoudt dat hij een vertekend beeld heeft en geeft van de reformatorische gezindte in zijn woonplaats. De mensen die Van Rouveroy aan het woord laat, zijn volgens KleinJan helemaal niet representatief.

De Rouveroy zegt dat geen enkel probleem te vinden. „Ik zoek extremen op. Niet voor niets, die zijn voor mij als filmer het interessantst.” Vervolgens verklaart hij dat zijn film helemaal niet over Rijssen gaat maar slechts in Rijssen speelt.

Het wordt nog gekker als hij daarna opbiecht er een antireligieuze agenda op na te houden. Want, zegt hij, „ik wil onder meer laten zien dat de reformatorische hoek volgens mij zo in elkaar zit dat de theologie een barrière wordt in persoonlijke contacten met mensen die anders denken.”

Dat hij mensen beschadigt door te suggereren dat in plaatsen als Rijssen alleen intolerante bevindelijke gereformeerden wonen, vindt hij geen probleem. „Je moet wel mensen aantrekken om te komen kijken”, reageert hij laconiek.

Vervolgens komt de aap uit de mouw als de interviewer vraagt hoe de filmmaker religie eigenlijk ziet. „Ik heb”, zegt De Rouveroy, „een heel linkse achtergrond, ik kom als wetenschapper uit de neomarxistische hoek.”

Aha, De Rouveroy is aanhanger van Karl Marx, de bekende ideoloog die godsdienst opium van het volk vond. Dat verklaart veel, zo niet alles.



Nu heeft De Rouveroy natuurlijk het volste recht een film te maken waarin hij de werkelijkheid perst in het keurslijf dat hem past. In tegenstelling tot landen waar de ideeën van Marx in de praktijk werden en worden gebracht, hebben we in dit land vrijheid van meningsuiting. Die geldt ook voor hem.

Wat ik alleen zo onbegrijpelijk vind, is dat een van onze omroepen het gemankeerde geesteskindje van De Rouveroy op de buis wil brengen. En dan nog wel de IKON, een omroep die uitgaat van een achttal kerken waaronder de Protestantse Kerk. Komende week zal die ”Rijssens stille oorlog” uitzenden.

Margje de Koning, hoofdredacteur bij de IKON, verdedigde in Trouw de uitzending met als argument dat De Rouveroy stelling neemt. „Om die reden is het een waardevolle film.”

Of de geportretteerde personen in de film een gemeenschap representeren, is volgens De Koning ondergeschikt. „Dat vind ik niet zo belangrijk. Ik ken Rijssen niet. En ik ken de groep orthodoxe protestanten ook te weinig om te kunnen beoordelen of de film representatief is.”

Hoewel De Koning de biblebelt niet uit eigen ervaring kent, weet ze toch te melden „dat de héél zware gelovigen een normen- en waardepatroon hebben waar anderen niet in passen.” De Koning: „Dat laat de film zien.”

Op de vraag van Trouw of objectiviteit en evenwicht niet belangrijk zijn voor de documentaires die de interkerkelijke omroep uitzendt, zegt ze: „Objectiviteit? Die bestaat niet. De wetten van het drama vragen nu eenmaal dat antagonisten (mensen met een tegengestelde mening, JvK) tegenover elkaar worden gezet. Deze filmmaker zet de zaken op scherp. Dat is zijn goed recht. Het is vrijheid van de maker om dit beeld in de film neer te zetten.”

Tot zo ver De Koning.

Het is wel grappig haar verdediging toe te passen op de film ”Fitna” van PVV-leider Wilders. Dan krijg je het volgende:

Margje de Koning vindt ”Fitna” een waardevolle film omdat Wilders stelling neemt. Of de geportretteerde personen in de film een gemeenschap representeren, is volgens De Koning ondergeschikt. „Dat vind ik niet zo belangrijk. Ik ken de achterstandwijken in ons land niet. En ik ken de groep orthodoxe moslims ook te weinig om te kunnen beoordelen of de film representatief is.”

Hoewel De Koning de moslimwereld niet uit eigen ervaring kent, weet ze toch te melden „dat de héél zware moslims een normen- en waardepatroon hebben waar anderen niet in passen.” De Koning: „Dat laat de film zien.”

Op de vraag van Trouw of objectiviteit en evenwicht niet belangrijk zijn voor de documentaires die de interkerkelijke omroep uitzendt, zegt ze: „Objectiviteit? Die bestaat niet. De wetten van het drama vragen nu eenmaal dat antagonisten (mensen met een tegengestelde mening, JvK) tegenover elkaar worden gezet. Wilders zet de zaken op scherp. Dat is zijn goed recht. Het is vrijheid van de maker om dit beeld in de film neer te zetten.”

Gelooft u het dat mevrouw De Koning zo’n tekst uit haar mond krijgt? Ik niet. Ik wens de omroep natuurlijk geen oorlog toe, ook geen stille, maar ik zou het wel toejuichen als de kerken waarvan de IKON uitgaat, mevrouw De Koning en de haren beter bij de les hielden.

14 september 2010

dr. W. Aalders

Op 11 juni 2010 verscheen het boek 'Het oog omhoog, het hart naar boven' van de hand van ds. P.J. Stam (Katwijk) over dr. Willem Aalders en zijn werk.

dr. W. Aalders, één van de bekendste vertolkers van de Christelijk Conservatieve boodschap; van de bevindelijke diepte en de katholieke breedte.

Afgelopen week gaf ds. Stam een eminente lezing in de Haagse Bethlehemkerk te Den Haag over "Aalders en de ontmenselijking van de moderne mens":

klik op deze link voor de videoweergave. lezing ds. P.J. Stam



28 april 2010

Interview over Conservatisme, SGP en Wilders

Deze week verscheen er in het Christelijk Familieblad Terdege een interview met mij over Conservatisme, de SGP en Wilders. Omdat het niet online is te lezen hierbij het gehele interview op mijn blog.

NB. In de koptekst van de papieren uitgave spreekt men over Christelijk Café. Dit betreft een fout van de redactie die helaas niet meer te rectificeren was. Natuurlijk moet dit Conservatief Café zijn.



Hoewel de organisator van Conservatief Café jaren geleden nog enige sympathie
koesterde voor Wilders, heeft hij de SGP nooit verlaten. Wel vindt Wilco Boender dat reformatorische christenen veel meer moeten samenwerken met gelijkgestemden in de samenleving. „We kunnen ons geen exclusieve opstelling meer veroorloven.”


Hij praat graag en veel over het onderwerp dat hem fascineert.

Wilco Boender (36) is al ruim tien jaar gegrepen door het christelijk conservatief gedachtegoed dat een samenwerking met behoudende leden van diverse politieke partijen voorstaat. Conservatisme is volgens hem een politieke filosofie die staat voor een cultureel fundament in de samenleving.
Als organisator van het Conservatief Café ontmoet hij niet alleen SGP’ers maar ook CDA- en de VVD-stemmers.„De meesten van de bezoekers hebben wel iets met het christelijk geloof”, geeft hij aan. „We vinden elkaar als het gaat om een pessimistische mensvisie en het afwijzen van de gedachte dat de samenleving
maakbaar is.”
De christelijk conservatieven komen ook buiten het Conservatief Café
bijeen, onder de naam Christelijk Conservatief Beraad. De naar Amerikaans
voorbeeld tea party’s genoemde bijeenkomsten volgen elkaar in een steeds sneller tempo op. Nog de avond voor ons gesprek is een groep van 18 gelijkgezinde denkers bijeen in Utrecht. „We hebben besloten een congres te houden.
Op 15 mei, over de rol van de overheid en de burger.” Boender zelf is niet bij de organisatie ervan betrokken. Bewust. „Omdat ik graag dingen organiseer, rol je van
het een in het ander. Gelukkig heb ik een vrouw die me afremt. Bovendien kom je niet geloofwaardig over als je je sterk maakt voor het gezin en ondertussen zelf altijd afwezig bent.”

Wat is christelijk conservatisme?

„Christelijke conservatieven houden vast aan de tien geboden, de wetten van het Koninkrijk. Dat is de basis,naast de deugdenethiek van de klassieke filosofen. Zonder het christelijk geloof en het besef van een christelijk fundament gaat een samenleving te gronde. Met andere conservatieven hebben we gemeen dat we niet
geloven in de maakbaarheid van de samenleving. We maken ons sterk voor een beperkte rol van de overheid. Gezinnen en organisaties hebben een sterke eigen verantwoordelijkheid.”

Wat is het belangrijkste meningsverschil met ‘gewone’ conservatieven?

„Conservatieven hebben een pessimistisch mensbeeld en gaan ervan
uit dat de mens geneigd is tot alle kwaad. Dat hebben we gemeenschappelijk.
Niet-christelijke conservatieven hebben helaas vaak een liberale houding ten opzichte
van ethische standpunten. Ze zijn bijvoorbeeld persoonlijk wel tegen abortus maar willen dat recht een ander niet ontnemen.”

In de achterban van de SGP worden de activiteiten van de christelijk
conservatieven met enig argwaan gevolgd. Hoe verklaart u dat
?


„De afgelopen weken zie ik een kentering in die argwaan ontstaan. In zijn partijrede heeft Van der Vlies toenadering gezocht. Met name zal dit ook ontstaan zijn door de christelijk conservatieve stroming bij de SGP-jongeren die veel contact met
conservatieven hebben. De meeste SGP’ers onderschrijven onze standpunten over een kleine overheid, goed onderwijs, het belang van gezin en opvoeding, integratie en emancipatie en zo kan ik nog wel even doorgaan. Sommigen hebben moeite met
het feit dat het woord gereformeerd weinig gebruikt wordt door ons. Dat is nu juist ook onze bedoeling. Zonder zelf de gereformeerde waarheid los te laten wel de katholieke breedte in de maatschappij zoeken. Wij willen de samenwerking tussen mensen bevorderen.”

Een beweging met SGP’ers, CDA’ers en een afgedwaalde VVD’er, dat is toch lastig hanteerbaar?

„Wij zijn in de eerste plaats een onafhankelijke stroming, bezorgd over de
maatschappelijke ontwikkelingen.”

Maar niet geheel kritiekloos richting de SGP...

„Wij zoeken in alle gebrokenheid die katholieke breedte. Bij het invullen
van de stemwijzer komt de SGP landelijk tot wel vier of vijf zetels. Toch
worden die niet gehaald.”

Hoe komt dat?

„Het heeft te maken met het imago van de partij. Twee aspecten vallen daarbij op. Zo kunnen veel mensen niet uit de voeten met het begrip theocratie,iets waarover binnen de partij zelf overigens al twintig jaar lang wordt gediscussieerd. Een begrip dat
overigens ook in CDA- en CU-kringen verkeerd wordt uitgelegd, met alle gevolgen van dien. Daarnaast speelt de vrouwenkwestie, daar begrijpen veel mensen echt niets van.”

Schrappen dan maar, dat artikel 36? En het verbod op vrouwen inpublieke ambten opheffen?

„De verwerpelijke uitspraak van de Hoge Raad maakt de vrouwendiscussie intern wat wrang. Alle SGP-ers moeten zich nu onvoorwaardelijk achter de partij stellen. Zelfs conservatief liberalen komen nu op voor de SGP. Zelf heb ik geen probleem met vrouwen in politieke functies. Een conservatief standpunt laat voldoende ruimte om te benadrukken dat vrouwen primair in het gezin horen.
En als de kinderen de deur uit zijn, en een vrouw wil iets doen in de politiek, dan is dat toch prima?
Artikel 36, dat belijdt dat God deze ganse wereld regeert en bestuurt, behoort tot de beginselen. Dat is een waarheid die ik van harte onderschrijf, alleen zou je die alleen als een geloofsbelijdenis moeten lezen en zou je pragmatisch moeten handelen met godsdienstvrijheid. Dat doet de SGP in de praktijk ook al. De tijd van het
verwijzen naar de gewetensvrijheid ligt achter ons. De overheid dient te faciliteren dat de kerk vrijuit haar werk kan doen. Via het uitbreidende werk van de kerk zal dan met Gods zegen de valse godsdienst vanzelf verdwijnen.”

Pragmatisch handelen, dat past toch niet bij de SGP?

„Je zou het werk van de Tweede Kamerleden Van der Vlies en Van der Staaij eens nauwlettend moeten volgen. Velen in de achterban denken nog dat zij vele malen per week getuigen of prediken. Niets is minder waar, ze zijn heel praktisch bezig. In
zijn laatste algemene beschouwingen verwijst Van der Vlies bijvoorbeeld naar een conservatief denker als Ad Verbrugge en niet naar een uitspraak van een dominee. Maar hoe groot is de groep die de algemene beschouwingen compleet doorleest of beluistert?”


De islam is belangrijk in de discussie over onze cultuur en wortels. Wat is jullie standpunt?

„Als wij zeggen dat de christelijke cultuur het fundament onder onze samenleving is, betekent dat vanzelf dat er weinig ruimte voor de islam is. Echter binnen de kaders van de godsdienstvrijheid moet je de islam niet willen verbieden. Wel kun je met een verwijzing naar de christelijke ‘Leitkultur’ expliciete culturele en religieuze uitingen van de islam ontmoedigen. Denk bijvoorbeeld aan de fantastische minarettenmotie van Van der Staaij. Helaas heeft het CDA het religieuze gelijkheidsdenken ook breed geaccepteerd. Dat is één van de redenen waarom ik vind dat je als christelijk conservatief, in ieder geval op dit moment, in je politieke keuze bij de SGP uitkomt. Bij deze partij staat niet de religiegelijkheid, maar de christelijke traditie voorop.”

Toch vindt u de SGP vrij zacht in het islamdebat, eigenlijk te soft. Waarom?

„We mogen best zeggen dat het christelijk geloof leidend moet zijn en dat we geen samenwerking met de islam willen aangaan. Er wordt soms opgekomen voor de moslims
vanuit lijfsbehoud van de refo-cultuur. Dan doen we zelf ook mee aan het religieuze gelijkheidsdenken. We hoeven echt niet voor de moslims op te komen met het idee dat we dan voorkomen dat een volgende keer het christelijk geloof aan de beurt zou
zijn. Wel moeten we natuurlijk in gesprek blijven en via de kerken aan moslims het evangelie verkondigen.”

Is de islam gevaarlijk?

„Als je je een beetje in de islam verdiept, merk je al spoedig dat die ideologie zo strijdvaardig is en zo ver verwijderd is van de christelijke cultuur,dat samenwerking onmogelijk is. Ik zou niet weten waarom je hun ideologie niet vals mag noemen. Al moet je beseffen wanneer en op welke plek je dat doet. Natuurlijk moet
je het wel als een gegeven zien dat er hier een miljoen moslims wonen. We leven in een rechtsstaat. We mogen hen niet uitsluiten of wegpesten.”

Dat stevige standpunt heeft Wilders toch ook? Bovendien zegt hij de hoeder van het joods-christelijkegedachtegoed te zijn. Wat is er dan op hem tegen?

„Ik ben een keer bij een bijeenkomst met Geert Wilders geweest en heb hem toen gevraagd naar zijn visie op onze joods-christelijke wortels - hij noemt overigens ook de humanistische - en zijn inspiratiebronnen. Op de eerste vraag kreeg ik als antwoord dat tolerantie het belangrijkste kenmerk was, de tweede vraag werd genegeerd. Hij is een echte libertijn, op alle punten. Hij wil meer ontzag voor
agenten, maar ze mogen van hem ook meedoen aan de Gay Pride. Dat strookt toch niet met elkaar? Daarnaast is zijn vocabulaire van dermate laag niveau, dat zijn boodschap leeg en platvloers overkomt.”

Die botsende meningen over ethische punten, is dat niet fnuikend voor een brede conservatieve beweging?

„Dat kan een punt zijn, ja. Al moet je je afvragen of het in het politieke debat hier nog vaak om gaat. Ik denk dat er bij de Burkestichting in de beginjaren te veel is gekeken naar de Republikeinen in Amerika. Daar zie je orthodoxe christenen en nietchristenen goed samenwerken. Die situatie gaat in Nederland niet op. Gewone conservatieven hebben in Nederland vaak niets met het geloof,of zijn zelfs antireligieus, en christenen in Nederland zijn vaak links. De samenwerking blijkt veel losser te zijn dan gedacht.”

Ontmoet u veel sympathie voor Wilders in de achterban van de christelijke
partijen?


„Nee, niet veel. Al zal een deel van de Wilderskiezers uit deze partijen afkomstig zijn. Bij de SGP hakenjongeren af. Gestudeerden belanden vaak in CDJA-kringen. Een andere groep denkt veel minder na, leeft oppervlakkiger en koestert zeker sympathie voor Wilders. Bij het CDA zie je ook een verschuiving. Ik denk dat veel CDA’ers die een krachtiger islamgeluid voorstaan op de PVV stemmen, omdat ze de SGP te gereformeerd vinden. Terwijl ze inhoudelijk zo bij de SGP zouden kunnen aansluiten.”

Wat adviseert u de SGP?

„Zich erop te bezinnen of ze de belangen van het reformatorisch volksdeel wil verdedigen of dat ze een boodschap heeft die ook mensen van buiten de achterban kan aanspreken, zelfs orthodoxe roomsen. Ik vraag me af of de partij door de jaren
heen niet te veel theologie heeft binnengehaald. Ze kunnen beter meer pragmatisch bezig zijn en zich inzetten voor electorale winst uit het conservatieve volksdeel der natie. Dat gebeurt nu niet altijd, maar dan moet je volgens mij niet de politiek
ingaan. Politiek is ook gewoon business, in tegenstelling tot de kerk. Dit hoeft overigens niet ten koste te gaan van een persoonlijke getuigenis of belijdenis.”

Kan de christelijk conservatieve beweging ooit uitmonden in een eigen partij?

„Van ons hoeft er geen partij bij te komen. Maar ik acht het niet uitgesloten dat de libertijnen de komende jaren de macht grijpen en de laatste restjes van onze Christelijke cultuur zullen wegvagen. We vergeten wel eens dat het CDA ondanks alles in de voorbije decennia vaak een remmende factor is geweest. Je hebt dat gezien in de periode onder paars. Als het CDA niet vrijwel onafgebroken in de regering had gezeten, wat was er dan gebeurd? Misschien komt er in de toekomst wel een gezamenlijke beweging en worden we door de trieste vaderlandse omstandigheden
naar elkaar toe geslagen.”

Wilco Boender (36) is al enkele jaren actief als weblogger. Op het internet mengt hij zich in debatten over conservatisme en christendom. Boender was een tijdlang voorzitter van de SGP-jongeren in Gouda en is nu voorzitter van de Stichting Conservatief Café, dat sprekers uit de breedte van de conservatieve beweging uitnodigt. Met enkele gelijkgezinden richtte Boender enige tijd geleden ook het Christelijk Conservatief Beraad op.

Stem ook op de website van Terdege op de stelling:Wilco Boender wil geen verbod maar wel ontmoediging van de islam. Wilt u dat ook?

5 januari 2010

refo-dialoog met refo-socioloog

Soms begin je met iemand aan een discussie waarvan je bij voorbaat weet dat je op diverse golflengtes een boodschap aan het zenden bent.
Dat is afgelopen weken een beetje mijn ervaring in een openbare discussie met oud- RD hoofdredacteur dr. C.S.L. Janse.

Desniettegenstaande of desalniettemin (mooie woorden vind ik dat) ontstaat er wel iets van wat je zou kunnen noemen een refo-dialoog.

Al ben ik meer een voorstander van de dialoog met niet-orthodoxe christenen of seculiere naasten kan dit toch een keer gebeuren.

In een vruchteloze (en misschien wel nutteloze) poging om eens een einde te maken aan het etaleren van interne geschilpunten en klaagzangen van orthodox-protestante christendom schreef ik op 24 december dit opinie-artikel in het Reformatorisch Dagblad.

Naast diverse positieve lezersreacties per mail kon een kitische reactie van refo-socioloog dr. C.S.L. Janse in het RD natuurlijk niet uitblijven.

In het RD van 29 december 2009 reageerde Janse in een artikel met de titel "Zorg en liefde voor traditie moeten blijken".
Wat mij betreft had er geen mooiere titel door hem gebruikt kunnen worden. Ik zou zelfs willen stellen: Zorg en liefde voor traditie moeten blijVen.

Op de reactie van dr. Janse reageer ik vandaag (5 januari) voor het laatst terug in het RD met dit opinie-artikel getiteld "Refozuil wringt met gereformeerde leer".

Einde Discussie.


PS 't Blijft jammer dat zo weinig orthodox-gereformeerden aan zelfkritiek wensen te doen of er uberhaupt voor open staan. Of is dit juist een kenmerk van de ware orthodoxie van religies?

30 november 2009

Verslag debatavond SGP te Zeist

Afgelopen vrijdag hebben we een SGP-debat bijgewoond.
Per auto met 2 conservatieve vrienden afgereisd naar Zeist en ook nieuwe mensen (bekend van blog of twitter) ontmoet.

SGP-beleidsmedewerker Diederik van Dijk was de eerste spreker en zette de toon van de avond. Daarom een samenvatting van zijn bijdrage met wat commentaar.

Het debat was wat “tam” en er was ondanks de vele aanwezigen helaas weinig interactie met de zaal. De bal, die deze avond m.i. midden op het podium bleef liggen, werd op enkele oneliners na, niet scherp gespeeld.
Zo waren er wat voorzichtige conclusies te trekken én heeft de SGP op deze avond een fel anti-islamgeluid laten horen. Verder had de avond een beetje een "vlees noch vis –gehalte".

Van Dijk (DvD) zette in op belang van het getuigenis van Gods Woord in de politiek.

“We moeten er ons sterk voor maken, dat ons land wordt bestuurd in gehoorzaamheid aan Gods Woord.
Hoewel het in de politiek natuurlijk ook draait om het resultaat, opereert een christenpoliticus meer vanuit gehoorzaamheid aan dit Woord, dan vanuit het streven naar succes. Niet het bereikte telt, maar de trouw.”


Dit zou kunnen worden geïnterpreteerd alsof het streven naar electoraal succes niet gepaard kan gaan met gehoorzaamheid aan Gods Woord en trouw. Soms zou meer “zakelijkheid, marketing en commerce” in de politiek wenselijk zijn. Kom met een heldere, eerlijke en overtuigende boodschap middels inspirerende en charismatische mensen en sta voor je zaak. In het bedrijfsleven kom je hier ver mee. In de politiek niet minder..
In dit opzicht ontbreekt het helaas nog steeds aan realistisch pragmatisme bij de staatkundig gereformeerden. Waarom is “streven naar succes “ iets verkeerds? Alsof hard werken voor uiteindelijk 5 zetels in de Tweede Kamer geen nobel streven met een mooi resultaat zou zijn …..


DvD: Als christenpoliticus in een seculiere omgeving loop je over een smalle, eenzame weg waarbij je de publieke opinie tegen hebt. Ook vandaag geldt dat de christenpoliticus die aanzien en erkenning zoekt, tot dit belijden niet in staat is.

Dit moet niet het uitgangspunt zijn van een christenpoliticus. Je kruipt zo in een nederige slachtofferrol. Als je een minderheid vertegenwoordigt betekend dat nog niet dat je ten alle tijd alle publieke opinie tegen je hebt. Het gaat niet om eigen eer en erkenning, maar erkenning van je product, dienst of, in dit geval, Boodschap

Dit bewees Bart Jan Spruyt later in zijn bijdrage waarin hij verwees naar zijn ontmoeting met VPRO-er Wim Brands die hem een uur lang bevroeg over zijn nieuwe boek en (n.a.v. de boodschap en lifestyle van Doornenbal)en concludeerde dat het zo erg is “als je geen pijn meer voelt over wat we kwijt zijn”…. En naar het respect welke Bas van der Vlies onlangs ontving bij Pauw en Witteman en zijn authenticiteit die hij daar liet zien.

Ook de bijdrage van Amanda Kluveld in de Volkskrant, getiteld Christendom, zo gek nog niet, toont aan dat er support kan komen vanaf andere zijden.
Het zijn er geen duizenden. Maar als journalisten, opiniemakers en andere seculieren dit soort zaken gaan concluderen is de hoop (ook het kleinste beetje) nog niet verloren.
Ziet en grijpt de SGP deze dingen altijd aan?

Van Dijk benoemt vervolgens toch enkele resultaten die de SGP bereikt heeft op het gebied van antisemitisme, kinderporno enz.
Terecht merkt van Dijk op dat de overheid maar een beperkte invloed heeft op de koers van de samenleving. De cultuur bepaalt de politiek en niet andersom.Dat de kerk daarin zijn taak verzaakt en fouten maakt is een zorgelijk punt.
“Christus riep ons op om het zout der aarde te zijn, niet de zoutzakken der aarde.”, aldus Van Dijk

Helemaal eens. Hier ligt een grote taak voor de kerken en individuele christenen.

In dit licht is het echter een beetje vreemd dat Van Dijk de SGP neer gaat zetten als “de enige getuigenispartij”.

Als nu eerst de kerken eens gaan getuigen en enige eenheid proberen te creëren dan kan de SGP pragmatische haar werk gaan doen in de Kamer en kunnen christenpolitici hun persoonlijk getuigenis (als individuele christen) op gezette tijden doen laten klinken. Dat gebeurt m.i. nu ook al. De achterban in Zeist voorhouden dat men een getuigenispartij is en een kop in het RD die zegt: “Meer ruimte voor het theocratisch geluid (verslag van de avond in Zeist) doen geen recht én geen goed aan de dagelijkse praktijk van de SGP en de heersende debatcultuur.

In de categorie “beter slim gestolen dan slecht bedacht” citeert Van Dijk zonder bronvermelding ds. J.T. Doornenbal met de tekst: Als wij de wetten van Gods koninkrijk breken, breken die wetten uiteindelijk ons.

Wat betreft de houding t.o.v. de Islam gaat de SGP vanavond een harde(re) koers varen. Dat is positief te noemen.
In het verleden kroop de SGP nogal eens in dezelfde slachtofferrol als de moslims omdat men bang was dat commentaar op islamitisch onderwijs als een boemerang naar het christelijk onderwijs zou terugkeren.

In het debat komen dan ook vragen of de SGP niet juist moet samenwerken met moslims voor bijvoorbeeld het behoud van artikel 23.
Van Dijk durft hierop zelfs de stelling te deponeren liever de Paus te horen over deze kwestie dan ds. W. Visscher. (Visscher is predikant in de Ger.Gem. te Amersfoort en opperde enkele jaren geleden om samen met de moslims te strijden tegen de secularisatie).

Van Dijk zegt dat “andere godsdiensten niet het straatbeeld mogen gaan bepalen. Dus géén megamoskeeën, islamitische feestdagen, islamitische eedsformules of luide oproepen vanaf minaretten. En: Met belastinggeld sponsort onze overheid de indoctrinatie van kinderen met een religie die antiwesters en antichristelijk is. Dit moet ons als een gruwel in de oren klinken.

Bij een echt moderne christelijke partij gaat het niet alleen, zelfs niet in de eerste plaats, om machtsvorming, maar om het christelijk getuigenis. Hoe meer wij dit besef verliezen, hoe meer wij in de politiek wereldgelijkvormig worden.
Dat moeten ook SGP’ers in hun oren knopen. De SGP is een voluit christelijke partij. Niet christelijk-rechts, niet christelijk-conservatief, niet christelijk-sociaal of christelijk-groen, maar christelijk ‘zonder meer’. Take it or leave it.


Kortom, een SGP lezing waar elke SGP-er zijn of haar kant mee op kan.
Een getuigenispartij…
Is dat wat de partij toekomst kan bieden in het seculiere debat? Ik betwijfel het. De kerken lukt het al niet laat staan een politieke partij.
De kerken en individuele christenen zijn nu eerst aan zet. En die moeten ruimte krijgen van de overheid. En voor die ruimte van Christelijke vrijheid en belijdenis moet een politieke partij strijden.

Een helderder Islam-standpunt?
Dat is de SGP-winst van deze week.
Het was afgelopen dagen ook al te vernemen van Van der Staaij en Van der Vlies in de kamerdebatten.


dr. Van den Belt.

Vervolgens was er een interessante lezing van dr. H. van den Belt welke voornamelijk wees op de taak en roeping van de kerk. De kerk heeft geen roeping om de zuil te beschermen.
Hij riep op om ons niet te verschuilen achter de kerkelijke verdeeldheid en te stoppen met het mantra “wie zou niet wenen”.
Een bewerking van de lezing van dr. Van den Belt kunt u hier lezen

dr. Bart Jan Spruyt
De lezing van Spruyt spitste zich toe op het geluid uit de samenleving.
Hij benadrukte dat het meer gaat om de actuele vraag “hoeveel ruimte krijgen wij als christenen nog, dan om de vraag hoeveel ruimte wij andere gunnen".
Er zijn 4 reacties waar te nemen. Twee positieve en twee negatieve.
De negatieve zijn:
• de devaluatie van de democratie en het verval naar een ochlocratie waar de massa regeert en het volk een grote leider zoekt.
• Het gelijkheidsdenken (iedereen is gelijk: mens dier etc.), de enorme individuele ambities van mensen en de redenering dat “de overheid overal voor moet zorgen”.

De positieve zijn:
• mensen die een vaag besef hebben van : “dit gaat niet goed”. Mensen die Spruyt herkend in de hierboven al genoemd Ephimenco, de VPRO journalist Wim Brands en in zijn nieuwste column , Amanda Kluveld.
• Het politieke gat wat opgevuld kan worden met een “rechts, fatsoenlijk en op christendom en christelijke traditie gestoelde politiek”.
tot zover Spruyt.

Het laatste wil ik dan graag Christelijk Conservatisme noemen. Een christelijke "leitkultur" zal de politiek moeten nastreven.
Iets wat mogelijk moet zijn vanuit de SGP, maar wat Diederik van Dijk helaas (nog) niet ziet zitten…..

23 november 2009

Hans Jansen en een ' koran- lezende Abma'

Afgelopen donderdag heb ik de lezing van arabist Hans Jansen in de Goudse Pauluskerk bezocht.

Met de voor Jansen kenmerkende attitude heeft hij zijn lezing getiteld "Israël en de Islamitische wereld" voorgedragen.
De lezing was echter meer een bloemlezing van de abjectie van de Islam en de bijbehorende uitwassen dan dat het over Israël en haar relatie tot de Islamitische wereld ging. Echter dit maakte de avond er niet minder om.
De meeste bezoekers waren 50+ pkn-ers,(al dan niet voorzien van een linnen Christenen voor Israel-tasje). Enkele CDJA-jongeren zorgden voor enige verjonging in de kerkzaal.

Ook deze avond bleek weer dat het multiculturele debat met veel emoties gepaard gaat. De aanwezigheid van een 15-tal Goudse moslims en moslima's droeg daar natuurlijk ook aan bij. Hun aanwezigheid in deze christelijke kerk leek mij het debat alleen maar boeiender te maken.
Onder de aansprekende en soms heftige retoriek van Jansen konden sommigen van hen hun verontwaardiging niet geheel onderdrukken. Gelukkig was er nog een blonde Hollandse dame die zich tijdens het debat een bank naar achteren verplaatste om zusterlijk een arm achter de hoofddoek van een emotionele moslima te leggen. Ze hadden ook heel wat te verwerken natuurlijk...

Later meer over de sfeer tijdens het debat en een (mijns inziens) absurde situatie met de Goudse hervormde predikant ds. G.H. Abma.

Nu in vogelvlucht en willekeurige wat momenten uit de lezing van prof. dr. Hans Jansen.

moslimhater
Hij begon zijn lezing met te stellen dat hij geen moslimhater is. Hij moet alleen niets hebben van het Islamitische geloof, de Koran, de sharia en alles wat daar uit voortvloeit. Met de Profeet heeft hij ook helemaal niets op. "waarom moet je iemand tussen God en jou inzetten?"
Nogmaals benadrukte hij voor zijn publiek geen moslimhater te zijn. Overigens zag hij niet in "waarom je geen moslimhater zou mógen zijn. Immers de Islam haat het gehele Westen.
In de keuze tussen de Universal Declaration of Human Rights ("die de boefjes van D'66 graag noemen") of de sharia kiest Jansen onvoorwaardelijk voor de eerste.
Alles draait bij de Islam om de overwinning van de oude glorie van de Islam. Deze overwinning heeft men dikwijls proberen te halen door een militaire superioriteit. Echter de moslimlegers hebben nog nooit gewonnen van legers die "hun boeltje verdedigden", maar altijd van volkeren die zich lijdzaam overgaven aan de islamitische overheersing. Volgens Jansen zijn het vaak "D'66 achtige types" die ons altijd willen doen geloven dat de oud- islamitische wetenschap van grote betekenis is geweest.
De islam en de Wetenschap zijn onverenigbaar. Causaliteittheorie is zeer verdacht in de islamitische wereld. En bij het ontkennen van causaliteit en het ontbreken van vrijheid van meningsuiting is er geen wetenschap mogelijk. Journalistiek als "een verzameling van guitige tegenstrijdige meningen " zoals wij die kennen kent de islamitische wereld ook niet.
Jansen gelooft niet in fabeltjes dat joden en moslims te samen Aristoteles zouden hebben gelezen en overdacht. En terloops merkt hij op nog nooit gehoord te hebben van Nobelprijswinnaars voor techniek en wetenschap afkomstig uit de islamitische wereld.

Jansen, die moeiteloos diverse soera's van de Koran uit zijn hoofd citeert, wijst ons ook nog op de perversiteit van moslims die op basis van de Islam meisjes van 8 a 9 jaar die nog niet gemenstrueert hebben asl vrouw toe te eigenen.

Jansen vervolgt zijn verhaal met een heldere uiteenzetting van de kenmerken van drie wereldgodsdiensten Jodendom, Christendom en Islam.

Het Christendom is missionair en niet wettisch.
Het Jodendom is niet missionair maar wel zeer wettisch.
De Islam is missionair én wettisch.
"En wil iedereen erbij lappen"


"Bij de Islam heb je het idee dat God op zijn troon continue zit te schelden. Op Joden die apen zijn en christenen die varkens zijn. Bij het Christendom en het Jodendom is dat niet zo", stelt Jansen.
Het Christendom is een hogere Godsdienst dan de Islam omdat het niet gericht is op een aardse en stoffelijk overwinning maar een overwinning op het geestelijke.

Jansen stelt verder de slotconclusie dat Islam en Christendom nooit te verenigen zullen zijn. Iemand die de profeet beledigd mag altijd gedood worden. En als ik zeg "Mohammed , u bent een leugenaar, is dat een belediging en mag ik gedood worden. Door geen moslim te zijn zijn we dag in dag uit bezig met beledigen en lopen het risico gedood te worden"

debat
Na de pauze was er een debat met de zaal.
Te verwachten was natuurlijk dat de aanwezige moslims een weerwoord zouden geven. Echter de eerste spreker uit het publiek was een heer in pak (naar ik me heb laten vertellen een vooraanstaand pkn-er) die het verschrikkelijk vond (polariserend, stigmatiserend etc.) wat hij uit de mond van Jansen moest horen. Hiervoor was hij vanavond niet gekomen. Hij had liever gehoord waar we elkaar kunnen ontmoeten in plaats van alle gruwelen van de Islam in chronologische volgorde aan te moeten horen. Ook een moslima vroeg zich af waarom Jansen met geen woord had gesproken over de mogelijkheid tot het bouwen van bruggen tussen de Moslims en het Christenen. Het antwoord van Jansen was helder. Om samen een brug te bouwen moet er aan beide kanten deugdelijk materiaal liggen. En hij ziet dat aan de overkant niet liggen. Door toch te gaan bouwen is het risico zeer groot dat de brug in elkaar stort. Een andere moslima probeerde Jansen nog te overtuigen door te vertellen dat ze samen met Christenen bid en onlangs een stichting heeft opgericht om als Moslims en Christenen te zoeken naar eenheid.

ds. G.H. Abma
Inmiddels had de Goudse predikant ds. G.H. Abma de functie van debatleider overgenomen van de avondvoorzitter, die het niet helemaal meer in de hand had. Echter werd het debat daar niet veel beter van en het niveau bleef chaotisch en vrijwel inhoudsloos.
Jansen werd er zichtbaar ook een beetje moe van. Helemaal toen het woord werd gegeven aan een bebaarde en in jellabah geklede moslim die met de koran in de hand Jansen's ongelijk ging verkondigen. Hij was lang aan het woord en Jansen merkte op "dat hijzelf toch geen gelijk had" en ging vanuit zijn staande positie demonstratief op een stoel zitten.

Op datzelfde moment gebeurde er iets opmerkelijks.
In zijn betoog, waarin hij meerdere malen Jansen verzocht om hem uit te laten spreken pakte de bebaarde moslim zijn Koran en vroeg aan ds. Abma of deze enkele verzen uit een soera voor wilde lezen. (een soera betreffende het uithuwelijken)
Tot mijn grootste verbazing liet Abma zich de Koran in zijn handen drukken.
En terwijl de moslim de microfoon vasthield las Abma zonder enige schroom hardop de verzen uit de Koran voor in de Hervormde Pauluskerk te Gouda.

Wat zal die bebaarde langjurk s'avonds Allah en de profeet op zijn blote knieen gedankt hebben voor deze overwinning.
Een dubbel aantal maagden zal ongetwijfeld in het hiernamaals op hem wachten. Inshallah !

Een protestantse dominee die door een orthodoxe moslim de Koran in handen gedrukt krijg vervolgens vriendelijk doch dringend verzocht wordt eruit voor te lezen en dit acuut nog doet ook. Alles om prof. dr. Hans Jansen zijn ongelijk te tonen.

Hoe diep zijn we gezonken? Enkele minuten daarvoor had Abma (met mijn grote instemming) de aanwezige moslims proberen te overtuigen van het sterk toenemende antisemitisme onder de moslims en nu dit.
Abma als ultieme tool in handen van een orthodoxe moslim.

En de meeste aanwezigen slikten het als zoete koek.

Na nog enkele vragen was het laatste woord aan de moslims op deze avond. Een avond waarop ik nog lang na heb gepraat met conservatieve vrienden, verontruste pkn-ers en een sympathieke seculiere moslimjongen.

willekeurige orthodoxe moslim

ds. G.H. Abma

20 juni 2009

Tempeest van het leven

De wereld om ons heen is vol van herrie. In het verkeer, op bouwplaatsen, in winkelcentra, op verjaardagen, op scholen, in vergaderzalen ja zelfs in de kerken. Soms komt het op mij over als ene grote orkaan van stemmen en muziek. Alles door elkaar heen klinkt het als een grote potpourri van geluiden. Wie stilte wil hebben of voelen zal naar een stukje afgelegen platteland, de grote stille heide of naar de Sahara moeten gaan. De afgelopen decennia heeft het rijk vele stiltegebieden aangewezen. Gelukkig hebben ze er bordjes neergezet zodat je weet wanneer je het stiltegebied binnentreedt en wanneer je het gebied verlaat.

De vraag is echter wie er nog behoefte heeft aan rust. De meeste rust die ikzelf wil beleven is onderuitgezakt in een gezellige stille kamer met een stevig boek of essay op schoot. Hoe kan je stilte ervaren in een commerciële baan en met een gezin van 4 kinderen? Oké, je kan echte rustmomenten inplannen. Momenten, waarin je niet praat maar ook niet leest, en misschien zelfs niet denkt (?). In het laatste geval zal je slapen…de slaap van een onrustige..
Helaas heb ik die behoefte aan echte stilte zo weinig.
“Onrustig is het hart totdat het rust vind in God”, schreef Augustinus in zijn beroemde Confessions. Alleen die woorden zijn al het overdenken in stilte waard.

Toch lijkt het tegenwoordig zo te zijn dat als je niet met oortjes van een mp3-speler in je oren over straat fietst je al de stilte beleefd. In ieder geval loopt en fietst 90 % van de jongeren met van die dopjes in hun oren. Ik veronderstel dat deze jongeren niet bepaald naar rustgevende muziek luisteren om zich te distantiëren van alle geluiden om zich heen. De beats die mij van een afstand van enkele meters bereiken getuigen niet van een deuntje van Vivaldi of Beethoven. De jeugd, ja zelfs 90 % van de refo-jeugd, getuige een onderzoek van het RD, luistert bewust naar de herriezender 538. Volgens een refo-meisje werk je er zelfs harder door.

Plato maakte al onderscheid tussen Apollinische en Dionysische muziek. Waarbij de Apollinische toch wel zijn uitgesproken voorkeur had. Appollinische klanken waren de “verstandige” klanken van o.a. snaarinstrumenten. Dionysische klanken waren de klanken van slag- en blaasinstrumenten die de mensen in verroering moesten brengen. Dit laatste was in de Griekse tijd negatief bedoeld. Kinderen moesten al vroeg met muziek bekend worden gemaakt. Volgens Plato moesten kinderen leren zichzelf te begeleiden bij zang: de snaarinstrumenten waren daarvoor dus uitermate geschikt, want met een snaarinstrument konden ze tegelijkertijd zingen en spelen.
Dit laatste valt nog niet mee voor mijn oudste dochter want die heeft voor een blaasinstrument ( dwarsfluit) gekozen i.p.v. een snaarinstrument.
Muziek wil ik echter niet naar Plato’s Apollinische en Dionysische soort verdelen maar meer in Klassiek en Populair. Uiteindelijk wel met hetzelfde doel als Plato. Kinderen kennis laten maken met “schone”muziek.
Zie voor dit onderwerp verder de blog orde in de ziel.

Terug naar de wanorde.

De wereld is op drift hoorde ik onlangs een predikant zeggen. En ik denk dat hij gelijk heeft.
Misschien ben ik te pessimistisch en ga ik nu chargeren. Maar de jeugd leest niet meer, wil herrie aan de kop hebben, zoekt ruzie met hun ouders die samen ook altijd ruzie zoeken of niet thuis zijn, brallen het weekend en hun vakanties door in herrietenten…. Zucht…

Kinderen die opgevoed worden door ouders die jong waren in de woelige 60-er jaren hebben veelal geen goed voorbeeld meegekregen.
Ach ja….. “Wij zijn ook een tijdje wild en onbezonnen geweest”, hoorde ik ongeveer 2 jaar geleden een D66- raadslid tegen mij zeggen. Alsof hij wilde zeggen.. “met mij is het ook nog goed gekomen”…. Dat laatste betwijfel ik sterk, de maatschappijvisie van de gemiddelde D66-er aanschouwend en beluisterend.
De jeugd van tegenwoordig lijkt mij nog meer “born to be wild” dan in 1968. Een moeder had onlangs de schrik in de benen toen ze over de schouder van haar 13-jarige dochter meekeek op de hyves-pagina van die dochter. Wellicht is deze moeder naïef over het gedrag van haar lieverd of naïef t.o.v. de wereld om haar heen. Maar het is wel tekenend voor de tijd van nu. Meisjes die zich zo bloot mogelijk moeten presenteren en de hardste house als hun favorit music hebben verkozen.
In het Katholiek Nieuwsblad van deze week is een verslag te lezen van de EO- jongerendag van vorige week. Een katholiek meisje ( Anne) die aanwezig was op dit christelijke popfestival concludeerde dat er zo weinig stilte momenten waren. “Na een rustig moment beginnen de mensen meteen te klappen. Eigenlijk vind ik dat de sfeer verpest wordt doordat er meteen weer geluid is“, aldus Anne.
Naïef? Of was ze werkelijk op zoek naar rust op deze dag vol muziek en opwekking?
Het moet de mensen bij de EO maar eens aan het denken zetten. Katholieken ervaren nog de mystiek van de stilte in de kerk. De gereformeerde kerken hebben herrie in hun tabernakel gehaald en ze zijn nog harder leeggelopen dan voorheen. Nee, als jongeren muziek willen hebben dan niet kleinschalig in het plaatselijke kerkje om de hoek. Maar met z’n allen in een stadion met beats, flitsen en gillende meiden.
De kerken in bevindelijk gereformeerde kringen hebben naast de katholieken nog de meeste stilte behouden. (stil) Gebed, een Psalm, Orgelspel, een Preek. Onlangs sprak een hersteld hervormde dominee zijn gemeente toe met de vraag of zij voor aanvang van de dienst in Gods huis niet zoveel herrie wilde maken. Het werd hem hoogst kwalijk genomen. Je mag toch wel even met je vriend in de bank voor je praten? Of het laatste nieuws met je achterbuurvrouw hardop bespreken?
Toch had deze dominee het bij het rechte eind. In de kerk ben je, behalve als je zingen moet, gewoon stil.

Naar de kerk ga je om te luisteren en te overdenken.

Als rustpunt in een week en wereld vol tempeesten.

4 mei 2009

Politiek- Filosofisch en Gereformeerd

Afgelopen zaterdag heeft de SGP jongerenorganisatie op hun congres in Apeldoorn hun “kernideeën” gepresenteerd.

Het programma van dit congres was op bepaalde (ontspannende) onderdelen aangepast in verband met het enorme drama wat op Koninginnedag in deze stad had plaatsgevonden. Uit respect. Zonder de SGP-jeugd te verheffen boven een doordansende 538-jeugd op het museumplein mag de bezinning en het respect voor slachtoffers, koningshuis en nabestaanden in schril contrast staan met de huidige hedonistische, individualistische genotscultuur waarvan we in de avondjournaals van 30 april nog iets meekregen. Reacties als: “Ach ja .. dit soort dingen gebeuren.. ik ken de mensen niet daar in Apeldoorn, met het koningshuis heb ik ook niets ( waarom vier je dan feest op die dag? sukkel!) en daarom bezat ik me maar verder onder het motto: “Pluk de dag, laats ons drinken en vrolijk zijn, want wellicht , morgen sterven wij”.

Maar nu terug naar het SGPJ congres. Zoals gezegd hebben de scheidende SGPJ voorzitter Jan Kloosterman, de jeugdwerkadviseur Dirk Jan Nijsink en voorzitter Politiek, Geert Schipaanboord een gedegen stukje werk samengesteld. Ruim 35 pagina’s doordenking van visie op Land, Volk, Staat en Kerk.
Een beginselverklaring met Staatkundig gereformeerde en vooral ook conservatieve uitgangspunten vertaald naar de tijd en context waarin wij nu zitten. En pragmatisch. Dat vooral. En toch ook wel contrasterend én progressief met de visie van menig “ouwe sgp-er”.

Een korte bloemlezing met commentaar.

“Ons verhaal is het verhaal van een Nederland met een christelijke cultuur en een gezonde onderscheiding van kerk en overheid”.
Ze wijzen hier zeer terecht op de christelijke wortels van ons land en de waarde daarvan voor de samenleving. De SGPJ visie staat haaks op het progressief-linkse en liberale gedachtegoed. Vervolgens komt er een uitleg over de ideologie die men voorstaat en die is helder. Misschien wel helderder dan welke politieke jongerenorganisatie op dit moment ( wellicht CDJA uitgezonderd?).
Romeinen 13 ( uitleg van taak en roeping van de overheid) en de wetenschap dat God deze wereld bestuurd zijn dé richtingaanwijzers van waaruit de jongeren hun bijdrage willen leveren in het publieke debat.
Zuiver staatkundig gereformeerd zou ik willen stellen. Ze laten hier ( bewust of onbewust?) de klassieke filosofie onbenoemd.
Verderop in de nota stelt men de christelijke religie en cultuur ook duidelijk superieur aan iedere andere religie en filosofie. Laat ik dat nu afgelopen zaterdag ook van Dewinter van Vlaams Belang lezen en bij CDA Tweede Kamerlid Bilder proeven.
Een visie die dus ook buiten SGP-kringen wordt gedeeld. By the way: Zou gewaardeerd CDA-kamerlid Bilder niet een schoolvoorbeeld zijn van een christelijk rechts-conservatief zoals hij zichzelf noemt? Ik bewonder deze man voor zijn visie en zijn positie die hij in wil nemen binnen het CDA.


…..“Links en rechts werd decennia lang bepaalt door de antithese. Rechts was confessioneel en links was dat niet. Deze antithese voldoet in een post-christelijke politieke constellatie niet”…..
In een nadere omschrijving over links en rechts bepleiten de jongeren Christelijk- Conservatieve politiek, dat staat tegenover links- of liberaal progressief.
Dat de overheid de samenleving kan veranderen is voor hen geen realiteit. Ze willen uitgaan van “caritas’. De samenleving gaat aan de politiek vooraf. Een waarheid als een koe!
Maar de huidige samenleving aanschouwend geeft deze conservatieve visie mij toch wel eens een benauwend ogenblik. Zeker als ik mijn vier opgroeiende kinderen ziet. Is er ooit nog een change mogelijk? Pessimistisch zijn over de overheid kan een tijdelijke zorg zijn, maar mijn pessimisme over het grootste deel van de huidige samenleving kan ik minder makkelijk relativeren.

In het hoofdstuk over de taak van de overheid worden ook enkele opmerkelijke zaken voor het voetlicht gebracht.
Zoals de erkenning dat de democratie het enig aanvaardbare systeem is in de samenleving. Echter tevens wordt (terecht) opgemerkt dat er slechts graduele verschillen zijn tussen een monarchie, een aristocratie en een democratie.
Aristocratische elementen als : waardering voor kennis,afstand tot de massa en respect voor traditie en culturele erfenis zien de SGP- jongeren als waardevol binnen een democratie. Hulde! Ik ook namelijk.

En dan het punt theocratie.
Opgemerkt mag worden dat de SGP- jongeren beter in staat zijn om met een gedegen visie en standpunt over “het T-woord” naar buiten te komen dan het huidige hoofdbestuur en de partijtop. Laatstgenoemden komen niet veel verder dan commissies van wijze mannen samenstellen die er maanden over moeten praten en vergaderen en dan nog met diverse geluiden naar buiten treden. ( Voor de ingewijden: lees in het partijblad “De Banier” van 24 april het artikel van de voorzitter ds. A. van Heteren over - De taak van de overheid - en ze zijn weer terug bij af…...).

Nee, de SGP jongeren zien de theocratie als erkenning dat God deze wereld regeert. En projecteert het getuigend en evangeliserend uitbrengen van het geloof duidelijk als een taak van de kerken. We lezen in kernideeën: Laten we niet te groot denken van de invloed die de overheid heeft en niet te klein denken van de kracht van de kerken”. De overheid moet volgens de jongeren zeer terughoudend zijn om zaken op het gebied van levensovertuiging te veranderen. Niettemin zal een christenpoliticus zijn werk doen vanuit zijn geloof en beginsel, Gods geboden. Dit geeft dan ook aan dat een politicus niet zijn geloofsovertuiging achter de voordeur laat. SGP-jongeren: Een christenpoliticus getuigt desnoods met woorden, maar eerst met daden”.De democratie van het vrije woord geeft juist een christen mogelijkheid zijn stem te laten horen.

In dit hoofdstuk nemen de SGP jongeren dan ook (deels) afscheid van iets wat al lang steeds minder praktijk was bij de SGP, maar wat velen stug bleven propaganderen: getuigenis politiek
Dit soort politiek maakt het politieke domein tot en verlengstuk van de Woordbediening in de kerk. Hierdoor laat men soms ( zeker in de karikatuurvormingen rond de SGP) schijnbaar geen ruimte voor andersdenkende.
Kerken zijn hiertoe geroepen. Overheden niet. Wel zal de overheid “de heilige kerkendienst”moeten bevorderen en mag zij mijns inziens het christelijk geloof en de christelijke cultuur prefereren boven andere religies. Ook binnen de grondrechten van vrijheid van Godsdienst en vrijheid van meningsuiting.
Toch beweert men aan het eind van dit hoofdstuk op pagina 22 dat ze “ geen scheiding willen maken tussen getuigenis- en praktische politiek”.
Hier vervaagt jammer genoeg de eerstgenoemde stellingname enigszins. Natuurlijk zal een christen getuigen als die mogenlijkheid er zich voordoet. Maar verwar dat nu niet met getuigenis-politiek. Dit woord suggereert immers dat verlengstuk van de kerk.

Op het punt van burgerschap komt tevens een enorme conservatieve klank naar voren in het document. Staan CU-jongeren toch wel een carefully overheid voor, de SGP jongeren wijzen de burger op zijn verantwoordelijkheid voor zichzelf, de overheid en zijn of haar naasten.
Burgers dienen verantwoordelijkheid te nemen voor hun naasten die buiten de boot dreigen te vallen. Particuliere initiatieven zijn vaak beter dan overheidsingrijpen omdat de overheid nooit in dezelfde mate recht kan doen aan het individuele geval”, zegt de nota.
Christenen moeten zich ook niet verschansen in eigen organisaties en de samenleving voor een groot deel aan hen voorbij laten gaan. Als er iets is gebeurt de laatste decennia is dat het wel. Daarom de juiste oproep vanuit de juiste plaats!
“Burgers moeten niet allen kunnen rekenen op de overheid maar de overheid ook op hen”. Welke PJO zegt dit ook zo expliciet?

De waarde van het gezin als hoeksteen voor de samenleving. De plek waar kinderen gevormd moeten worden en voorbereid op hun verdere leven.
Het moge duidelijk zijn dat de SGP- jongeren kiezen voor de omschrijving van gezin als: “huwelijk tussen man en vrouw en eventuele kinderen”. Ze noemen het “moreel kapitaal dat de regering niet mag veronachtzamen door slechts economisch gewin na te streven”

Hierbij ook de nadruk op civil society die vrij en zelfstandig is en de die door de overheid beschermt moet worden en niet overschaduwd mag worden of welke verantwoordelijkheid door de overheid wordt overgenomen.
Conservatief of niet?!

SGP jongeren pleiten voor een ( daar waar mogelijke) vrije markteconomie. De rol van de staat mag niet te groot zijn en de overheid moet voorwaarden scheppen en is een beperkte toezichthouder. Universiteiten en hogescholen moeten gestimuleerd worden om topkwaliteit te leveren.
Tja.. hoe gaan ze dat daar nu doen met al die progressief-linkse docenten…….?


Mijn citaten en commentaar wordt wellicht te lang voor de gemiddelde lezer. Daarom sla ik hoofdstuk 6 over wereldeconomie, internationaal recht en betrekkingen en duurzame aarde even over.
Wel geloven de auteurs dat alleen chrsitelijke politiek toekomst heeft in Europa. Ik citeer voor de laatste keer: Ze moet coalities maken tegen een progressieve meerderheid en daar een conservatief geluid tegenover plaatsen. Vanuit deze idee is het legitiem om – met overtuiging- mee te doen in Europa.

Gezien de opgenomen citaten in het boekje hebben de SGP jongeren zich onder andere laten inspireren door: Otto von Bismarck, Mr. G. Groen van Prinsterer, Augustinus, D. Bonhoeffer, dr. M. Luther en dr. W. Aalders

Het moge duidelijk zijn dat zowel het Nederlands Dagblad als het Reformatorisch Dagblad uitgebreid verslag hebben gedaan en de auteurs hebben geïnterviewd.waarom De volkskrant en de Trouw er niet bijgehaald?

Zie de volgende links:
ND:
SGP jongeren blijven tegen moskeeen
Zoektocht
SGPJ nuanceren theocratie
SGP steekt teveel tijd in interne kwesties

RD:
Verdraagzame staat
Lankmoedigheid is een mooie term
Beginselen verder doordenken

16 maart 2009

500 jaar Calvijn

Niemand kan het meer zijn ontgaan. 2009, het jaar dat we gedenken dat 500 jaar geleden Calvijn werd geboren.
Volgens de C-factor test van Trouw mag ik me voor 69 % calvinist noemen ( zie mijn blog van 14-01 ). En volgens de Calvijntest in de glossy Calvijn, waarin ik alle 20 vragen met "Ja" had beantwoord mag ik me , jawel, "volbloed Calvinist" noemen.

Voldoende reden dus om morgenavond de debatavond met als thema: " De intolerante Calvijn" te bezoeken in het Erasmus Expo- en Congrescentrum.

Sprekers zullen zijn:

1. Dr. B.J. Spruyt

2. Mr. C.G. van der Staaij

3. Mw. drs. E.E. Wiegman-van Meppelen Scheppink

4. Dr. P.G.C. van Schie

Debatleider: Prof. dr. H.J. Selderhuis

Me dunkt een breed forum om naar te gaan luisteren. En wellicht kunnen we morgenavond concluderen of Calvijn tolerant of intolerant is geweest.

13 maart 2009

Tolle lege

De bekende kerkvader Aurelius Augustinus hoorde een kind " Tolle lege Tolle lege " zingen en werd door deze kinderstem gegrepen om De Bijbel, en met name de brieven van de apostel Paulus aan de Romeinen te lezen en zo uit een dal van worsteling aan het einde van zijn zoektocht naar God te raken.

Tolle lege is Latijns voor "Neem en kies" en meestal in de context vertaald met "Neem en Lees". In protestantse kring nog nader vertaald met "Neem en lees De Bijbel".
Lezen is een geweldige tijdsbesteding, maar Salomo waarschuwt in zijn boek Prediker echter ook voor "te veel lezen".
In Prediker 12 vers 12 (SV) staat namelijk:
En wat boven dezelve is, mijn zoon! wees gewaarschuwd; van vele boeken te maken is geen einde, en veel lezens is vermoeiing des vleses. In de uitleg van de kanttekeningen lezen we dat Salomo doelde op "te weten dat de wereldwijze filosofen dat gedaan hebben" en "Dat is, het maakt het hoofd en de hersenen moede"

Al zou ik zoveel willen gaan lezen als die wereldwijze filosofen of de studenten en filosofen van deze dagen: Waar haalt men de tijd vandaan? en persoonlijker; Waar haal ik de tijd vandaan?
Gemiddeld ben ik 3 boeken tegelijk aan het lezen, waarvan ik probeer er elke week 1 uit te lezen. Al zal dat met mijn favoriet van deze week niet gaan lukken, simpel om het feit dat het boek te dik is voor deze week. Het betreft de Geschiedenis van de CHU 1908-1980.
In het weekend lees ik graag nog 1 a 2 weekendedities van diverse kranten en de andere periodieken die in de achterliggende dagen op de deurmat zijn verschenen.
Dagelijkse krant, diverse vakliteratuur, Elsevier, HP/ De Tijd, kerkbladen, h.a.h. bladen en diverse uitgeprintte artikelen vanaf websites/blogs. Je zou de weg kwijt gaan raken.
Dr. B.J.Spruyt schrijft vandaag in zijn column in Elsevier dat hij iedere dag 4 ochtendkranten en 3 avondkranten leest. Hem kennende zal hij niet alleen "koppen snellen", wat mij doet vermoeden dat hij iedere dag minimaal 2,5 uur krant zal lezen.

Voor mij blijft lezen vooral beperkt tot 2 uurtjes in de avond en vooral de zondag. De boekenkast bevat in mijn kamer nog steeds ongelezen boeken. En iedere maand komen er weer een paar bij. Wat is er heerlijker dan elke dag even een paar minuten voor de volle boekenkast te staan en te overpeinzen wat er 's avonds ter hand genomen kan worden. Boeken spreken.Boeken geven rust in een jachtig en commercieel bestaan. Boeken voeden op. Boeken scherpen je geest....

Voor mij blijft lezen ontspanning al wordt het steeds moeilijker prioriteiten te stellen wat het belangrijkste is om te lezen.

Wellicht had Augustinus door de oproep van het kind wel de beste keuze gemaakt.

Tolle Lege

Volgers